Verkeerstheorie - Auto - Test 04

Verkeerstheorie - Auto - Test 04

Een test met vragen en antwoorden over de onderwerpen parkeren en stilstaan. Wat is parkeren? Wat is stilstaan? Waar is het toegestaan te parkeren en waar niet? Waar mag je stilstaan of stoppen? Wat is de betekenis van een onderbroken gele streep en hoe moet je handelen bij een doorgetrokken gele streep? Doe de vragen in onderstaande test!
Hoe benader je de theorie
  • benader de vragen alsof je een motorvoertuig (lesauto) bestuurt.
  • de gelinkte definities bij de vragen kunnen je tot hulp zijn bij het beantwoorden van de vragen

Wat is stilstaan
Bij stilstaan moet je een onderscheid maken tussen onvrijwillig stilstaan en vrijwillig stilstaan.
  • je praat van onvrijwillig stilstaan als de verkeerssituatie hier om vraagt. Bijvoorbeeld: voor een rood verkeerslicht, een voetgangersoversteekplaats, file-vorming, stremming op de rijbaan enz.
  • in andere gevallen gaat het om vrijwillig stilstaan. Bijvoorbeeld: het oprijden van een geblokkeerd kruispunt, het doen van een boodschap, in- of uit laten stappen van passagiers enz.

Bij de term stilstaan gaat het om:
  • het direct in of uit laten stappen van passagiers
  • het direct in- of uitladen van goederen

Wat is parkeren
In alle andere gevallen, die bij stilstaan niet genoemd zijn, spreekt men van parkeren



Test 04: Definities en Parkeren en stilstaan

01. Mag je met een voertuig (vrijwillig) stilstaan op een kruispunt of overweg
  • ja
  • nee

02. Op de rijbaan langs een fietsstrook mag ik even stoppen om een passagier in laten stappen
  • ja
  • nee

03. Binnen hoeveel meter vóór of na een VOP mag je niet stoppen of parkeren
  • A. binnen een afstand van 5 meter
  • B. binnen een afstand van 3 meter

04. Waar geldt een stopverbod, oftewel een verbod stil te staan
  • A. onder een viaduct
  • B. in een tunnel
  • C. A en B

05. Je mag niet stilstaan bij een
  • A. onderbroken gele streep
  • B. een doorgetrokken gele streep

06. Op de rijbaan langs een busstrook mag je niet
  • A. parkeren
  • B. stilstaan
  • C. A en B

07. Bij een bushalte mag je binnen een afstand van 12 meter rondom de halte
  • A. stilstaan voor het onmiddellijk in- en uit laten stappen van passagiers
  • B. stilstaan om even de weg te vragen
  • C. A en B

08. Op vier meter vanaf een kruispunt mag je de auto parkeren
  • ja
  • nee

09. Voor de uitrit van je eigen woning mag je parkeren
  • ja
  • nee

10. Op de rijbaan van een voorrangsweg mag je wel parkeren
  • A. binnen de bebouwde kom
  • B. buiten de bebouwde kom
  • C. A en B

11. Binnen een erf mag je overal op de rijbaan parkeren
  • ja
  • nee

12. Langs een onderbroken gele streep mag je
  • A. kort parkeren
  • B. stilstaan

13. Bij parkeren langs een blauwe streep moet je een parkeerschijf gebruiken
  • ja
  • nee

14. Een gehandicaptenparkeerplaats mag alleen gebruikt worden door
  • A. een gehandicaptenvoertuig
  • B. een motorvoertuig op meer dan twee wielen met geldige gehandicaptenparkeerkaart
  • C. A plus B

15. Een laad- of loshaven is alleen bestemd voor bestelbusjes en vrachtauto’s
  • ja
  • nee

Antwoorden en uitleg:

Ga naar de afbeelding en uitleg van de Nederlandse Verkeersborden om de bij de vragen genoemde verkeersborden te bekijken (met name de verkeersborden E1 tot en met E13).

Vraag 01: NEE
Bestuurders mogen een kruispunt niet blokkeren. Weggebruikers mogen een overweg alleen opgaan, als zij direct doorlopen of doorrijden en de overweg geheel kunnen vrij maken.
Belangrijke verkeersborden: J10 tot en met J14

Vraag 02: NEE
Op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook geldt een stopverbod. Besef dat een fietser doorgaans rechts inhaalt; een openslaande autodeur zou gevaar kunnen opleveren. Alternatief voor de fietser is dan links inhalen, maar dan komt deze dan mogelijk op de andere weghelft komt.

Vraag 03: A
Op een oversteekplaats (elke soort, dus niet alleen een VOP of zebra) mag je binnen een afstand van 5 meter vóór of na de oversteekplaats (VOP) niet stilstaan of parkeren.
Belangrijke verkeersborden: J21 tot en met J24 en L2

Vraag 04: B
Een bestuurder mag zijn voertuig niet laten stilstaan in een tunnel. Onder een viaduct mag tenzij anders aangegeven wel, maar houd dan rekening met het zicht dat andere bestuurders op het voertuig hebben. (licht, weersomstandigheden).
Belangrijk verkeersbord: L13

Vraag 05: B
Stilstaan is verboden bij een doorgetrokken gele streep; bij een onderbroken gele streep mag je stoppen voor het onmiddellijk in- en uit laten stappen van passagiers en het direct laden en lossen van goederen.

Vraag 06: C
Op de rijbaan langs een busstrook mag je niet stilstaan, dus automatisch ook niet parkeren.

Vraag 07: A
Op een afstand van 12 meter (totaal 24 meter) van een bushalte mag je alleen stil staan voor het onmiddellijk in- of uit laten stappen van passagiers.
Belangrijke verkeersborden: L3

Vraag 08: NEE
Binnen een afstand van 5 meter mag je je voertuig niet parkeren. Dit geldt dus ook T- en Y-splitsingen.

Vraag 09: NEE
Voor een inrit of een uitrit mag je niet parkeren. Hierbij geldt dat je ook je eigen uitrit vrij moet laten.

Vraag 10: A
Tenzij anders aangegeven door verkeersborden, mag je binnen de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg parkeren. Buiten de bebouwde kom eventueel in de berm, maar niet op de rijbaan.
Belangrijke verkeersborden: B1, B2, H1 en H2

Vraag 11: NEE
Binnen een erf mogen bestuurders van een motorvoertuig hun voertuig alleen parkeren op aangeduide of aangegeven parkeerplaatsen.
Belangrijke verkeersborden: G5 en G6

Vraag 12: B
Langs een onderbroken gele streep mag je alleen stilstaan, langs een doorgetrokken gele streep zelfs niet stoppen. Uitzondering bij een onderbroken gele streep: gehandicaptenvoertuigen met een duidelijk aangebrachte invalidenparkeerkaart voor een periode van maximaal drie uur.

Vraag 13: JA
De parkeerschijf moet duidelijk achter de voorruit geplaatst worden. De begintijd moet worden aangegeven en de maximale parkeertijd (staat op het zone-bord) mag niet worden overschreden.
Belangrijke verkeersborden: E4, E6, E10 en E11

Vraag 14: C
Bij het parkeren van het motorvoertuig op meer dan twee wielen geldt wel dat het vervoer direct verband houdt met het vervoer van de gehandicapte.
Belangrijk verkeersbord: E6

Vraag 15: NEE
De gelegenheid tot laden en lossen geldt voor alle voertuigen. Je moet dan wel denken aan goederen van enige omvang.
Belangrijk verkeersbord: E7

naar Verkeerstheorie - Auto - Test 03
© 2011 - 2012 Jvd, gepubliceerd in Verkeer (Auto en Vervoer) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Gratis - Theorie Rijexamen - Test 1 Test je verkeerskennis 1. Als je pas theorie-examen hebt gedaan zal veel kennis nog w…
Gratis - Verkeerstheorie voor gevorderden - Test 10 Verkeerstheorie voor gevorderden. Voor het behalen van de diverse rij…
Gratis - Theorie Rijexamen - Test 6 Borden 2 Iedere verkeersdeelnemer; weggebruiker of bestuurder wordt geacht de verkeer…
Gratis - Theorie Rijexamen - Test 3 Als je recent je theorie-examen voor brommer of voor het autorijbewijs-B hebt gedaan…
Gratis - Theorie Rijexamen - Test 4 Borden In programma's als 'BLIK OP DE WEG' en 'WEGMISBRUIKERS' blijkt hoe vaak de ke…

Bronnen en referenties
  • ROV Zuid-Holland
  • Min. van Verkeer en Waterstaat
  • Autorij-instructie.nl

Reageer op het artikel "Verkeerstheorie - Auto - Test 04"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Jvd
Rubriek: Auto en Vervoer
Subrubriek: Verkeer
Bronnen en referenties: 3
Schrijf mee!