Verkeerstheorie - Auto - Test 05

Verkeerstheorie - Auto - Test 05

Test 05. Signalen en gebruik van lichten. In deze test aandacht voor het gebruik van signalen en het voeren van verlichting op (motor) voertuigen en voor andere weggebruikers. Signalen: (geluidssignalen of knippersignalen) worden door bestuurders alleen gegeven om gevaar of dreigend gevaar voor zichzelf of anderen te voorkomen. In het algemeen geldt dat dimlichten worden gevoerd bij nacht én overdag als het zicht ernstig wordt belemmerd
Definities
De definities: deze zijn belangrijk om de vragen op een goede manier te kunnen benaderen en een juist antwoord te kunnen geven. Bij de definities komt onder andere het onderscheid tussen bestuurders en weggebruikers, voertuigen en motorvoertuigen e.d. aan de orde.



Test 05: Signalen en Gebruik van lichten

01. Het geven van een signaal bij gevaar geldt voor
  • A. alle bestuurders
  • B. bestuurders van motorvoertuigen

02. Het mogen voeren van blauw zwaailicht en een tweetonige hoorn geldt voor
  • A. alle hulp- en takeldiensten
  • B. voorrangsvoertuigen

03. De herkenningstekens van een uitvaartstoet of begrafenisstoet bestaan uit
  • A. een officiële vlag
  • B. ontstoken verlichting

04. Op gemotoriseerde voertuigen moet dimlicht en achterlicht gevoerd worden bij
  • A. donker en nacht
  • B. bij slecht zicht overdag en bij nacht

05. Als in vraag 4 omschreven, heeft men ook de keuze tussen
  • A. dimlicht
  • B. stadslicht
  • C. grootlicht

06. Groot licht mag je - bij slechte weersomstandigheden- overdag voeren
  • Ja
  • Nee

07. Bij hevige regenval, met een zicht minder dan 50 meter, voer je op een motorvoertuig
  • A. wel mistachterlicht
  • B. geen mistachterlicht

08. Gelijktijdig met de verlichting aan de voorzijde, moet de verlichting aan de achterzijde (en kentekenplaatverlichting) branden
  • Ja
  • Nee

09. Stadslicht wordt alleen binnen de bebouwde kom gevoerd
  • Ja
  • Nee

10. Colonnes van voetgangers, ruiters en geleiders van trekdieren moeten ook voor- en achterlicht voeren
  • Ja, bij slecht zicht overdag en bij nacht
  • Nee, want zij hebben geen dynamo of accu

11. Groeten van bekende tegenliggers door middel van een lichtsignaal mag
  • Ja
  • Nee

12. Bij stilstaan op de rijbaan buiten de bebouwde kom voeren motorvoertuigen op méér dan twee wielen
  • A. geen licht
  • B. minimaal stadslicht en achterlicht

13. Op personenauto’s mag –bij particulier gebruik- een verlicht transparant worden gevoerd
  • Ja
  • Nee

Antwoorden en uitleg:

Vraag 01: A
Het mogen geven van een geluids- en/of knippersignaal ter afwending van dreigend gevaar geldt voor alle bestuurders

Vraag 02: B
Alleen bestuurders van motorvoertuigen die gebruikt worden door politie, brandweer en ambulancedienst mogen blauw zwaailicht en een tweetonige hoorn gebruiken, om aan te geven dat zij een dringende taak vervullen

Vraag 03: A
Motorvoertuigen die deel uitmaken van een uitvaartstoet moeten de voorgeschreven vlaggen op het voertuig voeren

Vraag 04: B
Het voeren van verlichting overdag bij slecht zicht en bij nacht geldt voor bestuurders van motorvoertuigen, bromfietsen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met (elektro)motor

Vraag 05: A
Bij slecht zicht overdag en bij nacht wordt altijd minstens dimlicht gevoerd / ontstoken. Overdag mag géén groot licht gevoerd worden.

Vraag 06: NEE
Groot licht mag je overdag NIET voeren. Voeren van groot licht mag ook niet bij het tegemoet komen van andere bestuurders en het op korte afstand volgen van een ander voertuig

Vraag 07: B
Mistachterlicht mag alleen gevoerd worden bij mist en zware regenval; NIET bij zware regen. Vooral bij regen kan het voeren van mistachterlicht een hinderlijke reflectie op het wegdek geven

Vraag 08: JA
Als men grootlicht, dimlicht, stadslicht (alleen in bepaalde gevallen bij parkeren), of mistlicht aan heeft, moet ook altijd het achterlicht en de kentekenplaatverlichting branden

Vraag 09: NEE
Met stadslicht mag je, in situaties waar het voeren van verlichting is voorgeschreven, nooit rijden. Stadslicht wordt alleen nog gebruikt bij parkeren en dat met name buiten de bebouwde kom op de rijbaan en op parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens langs een autoweg of autosnelweg

Vraag 10: JA
Ruiters en geleiders van trekdieren moeten dan een lantaarn voeren die naar voren wit of geel licht uitstralen en naar achteren rood licht. Een colonne van voetgangers ook, maar dan alleen buiten de bebouwde kom

Vraag 11: NEE
Bestuurders mogen alleen geluids- en/of knippersignalen geven om dreigend gevaar te voorkomen

Vraag 12: B
Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, die buiten de bebouwde kom stilstaan op de rijbaan voeren, indien het zicht ernstig wordt belemmerd en bij nacht, stadslicht en achterlicht

Vraag 13: NEE
Zie de weergave “bijzondere verlichting”

Zie voor Bijzondere verlichting artikel 41 en 41a.

naar Verkeerstheorie - Auto - Test 04
© 2011 - 2012 Jvd, gepubliceerd in Verkeer (Auto en Vervoer) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Jvd is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Gratis - Theorie Rijexamen - Test 1 Test je verkeerskennis 1. Als je pas theorie-examen hebt gedaan zal veel kennis nog w…
Gratis - Verkeerstheorie voor gevorderden - Test 10 Verkeerstheorie voor gevorderden. Voor het behalen van de diverse rij…
Gratis - Theorie Rijexamen - Test 6 Borden 2 Iedere verkeersdeelnemer; weggebruiker of bestuurder wordt geacht de verkeer…
Gratis - Theorie Rijexamen - Test 3 Als je recent je theorie-examen voor brommer of voor het autorijbewijs-B hebt gedaan…
Gratis - Theorie Rijexamen - Test 4 Borden In programma's als 'BLIK OP DE WEG' en 'WEGMISBRUIKERS' blijkt hoe vaak de ke…

Reageer op het artikel "Verkeerstheorie - Auto - Test 05"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Bronnen en referenties
  • ROV Zuid-Holland
  • Ministerie van Verkeer en Waterstaat
  • Autorij-instructie.nl
Infoteur: Jvd
Rubriek: Auto en Vervoer / Verkeer
Bronnen en referenties: 3
Schrijf mee!