
Gratis - Theorie Rijexamen - Test 5
Verkeersregels, verkeersinzicht; we hebben er in het verkeer dagelijks mee te maken. Bewust of onbewust worden we er – zeker in het hedendaagse Nederlandse verkeer- constant mee geconfronteerd. Juist of onjuist handelen staat of valt vaak bij de kennis van de regels en het hebben van inzicht in steeds wisselende verkeerssituaties. De kennis van anderen heb je niet in de hand, die van jezelf wel. Doe de test(s) en kijk hoe het met je verkeerskennis gesteld is.
TEST JEZELF
Onderstaande vragen zijn bedoeld om je theoretische kennis te testen of gewoon voor de aardigheid. De vragen zijn gebaseerd op de theoretische kennis die benodigd is voor het behalen van het rijbewijs-B (auto). Kies bij iedere vraag het juiste of meest logische antwoord en schrijf vervolgens een 1 of een 2 op voor het antwoord, waarvan jij denkt dat het juist is. Onder aan dit artikel vind je de antwoorden en zonodig de motivatie van de antwoorden. Ken jezelf voor ieder goed antwoord 1 punt toe en kijk wat je totaalscore is!Succes!
A. Een tram heeft altijd voorrang….
1. Klopt, dit geldt als de tram zowel van rechts, links als tegemoet komt
2. Nee, niet als verkeerstekens of verkeerslichten anders aangeven
B. Als ik op een onverharde weg rijd, moet ik op de verharde, kruisende weg voorrang geven aan….
1. Bestuurders op de kruisende weg die van rechts en links komen
2. Alle verkeer, want ik rijd op de onverharde weg
C. Bij een doorgetrokken gele streep mag ik….
1. Stil staan, alleen om te laden en lossen
2. Niet stil staan en dus ook niet parkeren
D. Ik sleep een voertuig, de sleeplijn mag nu zijn….
1. Minimaal 3 en maximaal 7 meter
2. Er is geen minimum, maar maximaal 5 meter
E. Ik stop even op een bushalte, ik mag nu….
1. Even snel een pakketje afgeven
2. Personen laten in- en uitstappen
F. Een 25-km. voertuig herken ik op afstand door….
1. Een driehoekig oranje bord met afgeronde hoeken
2. Een rond bord met rode rand en aanduiding 25 km.
G. De auto dubbel opstellen naast een geparkeerd voertuig is…
1. Toegestaan voor korte duur
2. Niet toegestaan, ik belemmer de doorstroming
H. Een lifter die op de snelweg staat, mag ik….
1. Niet meenemen
2. Wel meenemen
I. Een invalidevoertuig herken ik aan…
1. Een breedte van 1.35 meter en snelheid van maximaal 45 km. per uur
2. Maximaal 40 km. per uur en een breedte van maximaal 1.10 meter
J. Als ik alcohol gedronken heb….
1. Vermindert het drinken van veel water de werking hiervan
2. Duurt het ongeveer 1,5 uur voordat één glas uitgewerkt is
K. Op mijn rijstrook bevindt zich links van mij een doorgetrokken streep…
1. Ik mag deze niet overschrijden, evenals sergeantstrepen en puntvlakken
2. Ik mag deze overrijden als ik het tegemoetkomende verkeer niet hinder
L. Bij pech met de auto na een bocht….
1. Plaats ik de gevarendriehoek
2. Gebruik ik de alarmlichten op de auto
M. Ik verzorg met mijn bestelbusje een pakketdienst, ik moet….
1. Mijn veiligheidsgordel gewoon dragen
2. Niet dragen, want ik moet steeds uitstappen
N. Met de stopafstand wordt bedoeld….
1. De meters die ik nodig heb om te remmen
2. De afstand die je aflegt voordat je reageert, plus de meters die je aflegt tijdens het remmen.
O. Ik rijd 80 km. per uur, de volgafstand die ik aanhoud is….
1. Plusminus 30 meter
2. Plusminus 45 meter
P. Ik rijd op een onverharde weg, ik moet…
1. Tegemoetkomende, afslaande bestuurders voor laten gaan
2. Kruisende voetgangers niet voor laten gaan
Q. Een autobus geeft aan van een halte weg te willen rijden, ik moet….
1. Deze binnen de bebouwde kom voor laten geen
2. Zowel binnen als buiten de bebouwde kom voor laten gaan
R. Wat is de volgorde van belangrijkheid in het verkeer….
1. Verkeerslichten gaan boven –regels en verkeersregels boven –tekens
2. Verkeerslichten gaan boven –tekens en verkeerstekens boven –regels
S. De maximumsnelheid op een autoweg is....
1. maximaal 80 km. per uur, tenzij anders aangegeven
2. maximaal 100 km. per uur, tenzij anders aangegeven
T. Wie zijn verplicht zoveel mogelijk rechts te houden....
1. alle bestuurders
2. alle weggebruikers
Antwoorden en motivatie:
Vraag A = 2 : een tram heeft in alle gevallen voorrang, voorzover het niet door verkeerstekens (borden) of verkeerslichten geregeld is.
Vraag B = 1 : voorrang wordt geregeld tussen bestuurders onderling. Rijdend op een onverharde weg, moet je een kruispunt naderen als een voorrangskruispunt en dienovereenkomstig handelen.
Vraag C = 2 : doorgetrokken gele strepen zijn meestal aangebracht bij onoverzichtelijke situaties en daar waar de doorstroming te zeer belemmerd wordt ingeval van stilstaan en parkeren.
Vraag D = 2 : een minimum is niet bepaald. Slepen kan bijvoorbeeld ook plaatsvinden met een sleepstang van betrekkelijk korte lengte.
Vraag E = 2 : stoppen mag alleen voor het onmiddelijk laten in- en uitstappen van passagiers. Theoretisch zou je dus ook de bagage van de passagier niet uit de kofferbak kunnen halen. Dat dit zo niet beoordeelt wordt, moge duidelijk zijn.
Vraag F = 1 : niet onbelangrijk, omdat dit ons in staat stelt een voorspelling te maken over (grote) snelheidsverschillen tussen voertuigen onderling.
Vraag G = 1: voor in- en uitstappen, even snel iets afgeven e.d. mag dit. Uiteraard zonder het overige verkeer in gevaar te brengen en zo min mogelijk te hinderen.
Vraag H = 1 : hiervoor zou ik moeten stoppen op de vluchtstrook, en deze is alleen bedoelt voor pech en noodgevallen. Het oppikken van een lifter valt hier dus niet onder.
Vraag I = 2 : een invalidevoertuig mag maximaal 1.10 meter breed zijn. Binnen de bebouwde kom geldt een snelheid van 30 km. per uur en daarbuiten 40 km. per uur. Met een dergelijk invalidevoertuig mag ik zowel het trottoir, fietspad als de rijbaan gebruiken met dien verstande dat ik dan -afhankelijk van mijn keuze- de regels van voetgangers, fietsers/bromfietsers of motorvoertuigen moet volgen.
Vraag J = 2 : het is een misverstand te denken dat het drinken van water, koffie e.d. invloed heeft op de afbraak van alcohol in het bloed. Geen alcohol drinken bij verkeersdeelname dus!
Vraag K = 1 : het antwoord spreekt voor zich.
Vraag L = 1 : de alarmlichten zijn niet of te laat te zien als ik na een heuvel of na een bocht met pech sta. Beter is om zowel de alarmlichten als de gevarendriehoek te gebruiken .
Vraag M = 1 : misschien lastig om de gordel steeds om en af te moeten doen, maar het moet wel. Ook op korte afstanden kun je betrokken raken bij een ongeval.
Vraag N = 2 : je hebt minimaal één seconde nodig om op een verkeerssituatie te reageren (reactietijd), waarna je gaat handelen. Vervolgens heb je nog een bepaalde tijd en afstand nodig om je voertuig tot stilstand te brengen.
Vraag O = 2 : de gulden regel is: rijsnelheid : 2 (+ 10%). Het aanhouden van een grotere afstand geeft natuurlijk altijd meer veiligheid en rust in het rijden.
Vraag P = 2 : voorrang geven geldt voor bestuurders onderling; voetgangers die mij op de weg kruisen hoef ik niet voor te laten gaan. Verder geldt ook hier: ' rechtdoor op dezelfde weg gaat voor'.
Vraag Q = 1 : geldt alleen binnen de bebouwde kom. Alhoewel ook de bestuurder van een autobus de richtingaanwijzer niet dwingend mag gebruiken, gebeurd dit vaak wel. Extra aandacht dus!
Vraag R = 2 : je hebt regels: b.v bestuurders van rechts verlenen we voorrang. Staat er een verkeersteken b.v. een voorrangsbord, dan geldt dit teken. Staat er vervolgens een verkeerslicht, dan gaat dit verkeerslicht -als het in werking is- weer boven de verkeerstekens.
Vraag S = 2 : de maximumsnelheid op een autoweg is 100 km. per uur. Afhankelijk van de situatie kan door middel van een verkeersteken (bord) een lagere snelheid gelden.
Vraag T = 1 : de verplichting zoveel mogelijk rechts te houden geldt voor bestuurders.
Voor alle verkeersborden en de betekenis, kijk op:
Alle verkeersbordenJE SCORE:
15 tot 21 punten:Om tot deze score te komen moet je een redelijke tot goede theoretische verkeerskennis hebben en mag je jezelf -als je volgens de regels handelt- naar alle waarschijnlijkheid een bovengemiddeld automobilist noemen.
10 tot 15 punten:
De kennis van de verkeerstheorie mag wel aangescherpt worden. Een opfriscursus is het overwegen waard.
0 tot 10 punten:
Sorry, maar positieve conclusies zijn er niet direkt aan te verbinden, blijf in het verkeer goed opletten en doe geen gekke dingen!
Vernieuwd theorie-examen per 1 maart 2009
Het theorie-examen voor de personenauto bestaat per 1 maart 2009 uit drie onderdelen:- Een onderdeel over gevaarherkenning (25 vragen);
- Een onderdeel over verkeersregels (30 vragen);
- Een onderdeel over verkeersinzicht / risico’s (10 vragen).
Vanaf 1 maart 2009 slaag je voor het vernieuwde theorie-examen als:
- je tenminste 12 vragen goed hebt (van de 25) van het onderdeel gevaarherkenning;
- je tenminste 35 vragen goed hebt (van de 40) van de onderdelen verkeersregels en verkeersinzicht.
Test ook:
- Oefen Test Theorie Rijexamen-Test 1
- Oefen Test Theorie Rijexamen-Test 2
- Oefen Test Theorie Rijexamen-Test 3
- Oefen Test Theorie Rijexamen-Test 4
Meer testen....kijk op
Theorie Bromfiets © 2007 - 2009 Jvd, gepubliceerd in Verkeer (Auto en Vervoer) op 19-08-2007, laatst gewijzigd op 22-02-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Jvd is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...Gerelateerde link
Autorij-instructie.Verwante artikelen
- Rijexamen nader bekeken: Rijexamen is altijd spannend. Zeker weten of u gaat slagen kunt u nooit. Wel zijn er enkele tips die u kunt gebruiken om de kans om te slagen te vergroten. Dit artikel geeft u tips v…
- Het Autorijbewijs: Het rijbewijs veranderd per 1 Januari 2008, zelfstandiger en beter voorbereid de weg op is het doel van het vernieuwde rijexamen.
- Gratis - Theorie Rijexamen - Test 1: Test je verkeerskennis 1. Als je pas theorie-examen hebt gedaan zal veel kennis nog wel paraat zijn. Anders wordt het als dit al weer enige tijd geleden is. In dit artik…
- Het nieuwe rijexamen 2008: In de eerste jaren na het behalen van hun rijbewijs raken veel jongeren betrokken bij een verkeersongeluk. Dit is een belangrijke reden geweest om veranderingen aan te brengen in d…
- Gratis - Theorie Rijexamen - Test 4 Borden: In programma's als 'BLIK OP DE WEG' en 'WEGMISBRUIKERS' blijkt hoe vaak de kennis van verkeers-regels en verkeersborden is weggezakt of onvoldoende wordt beheerst…
Bronnen en/of referenties
- Pré-B Autorij-instructie

Reageer op het artikel "Gratis - Theorie Rijexamen - Test 5"

Sjaak,
De snelheid van een gehandicaptenvoertuig is per 01-04 2008 veranderd. Ook in een andere test kwam ik nog wat fouten tegen.Zoals het antwoord op de vraag wanneer een markeringsbord moet worden gebruikt als de lading voor het voertuig uitsteekt.Als ik een glas jenever,bier en wijn vergelijk is de hoeveelheid alcohol gelijk maar niet het percentage.Van goed lezen gesproken!!! Zo ga ik natuurlijk nooit voor mijn examen slagen.
gr. Gerard

