Verkeer en Rijbewijs B

Gratis - Theorie Rijexamen - Test 7

Gratis - Theorie Rijexamen - Test 7

Gratis - Theorie Rijexamen - Test 7. De verkeerstheorie voor het rijexamen blijft in beweging. Ook in 2009 zijn er diverse veranderingen en/of aanpassingen doorgevoerd. Doe de gratis test en kijk of je op de hoogte bent van de nieuwe regelgeving. In deze gratis test vind je 25 vragen die onder andere gebaseerd zijn op de onderwerpen die recent zijn aangepast of toegevoegd.





Theorie Rijexamen - Test jezelf

Onderstaande vragen zijn bedoeld om je theoretische kennis te testen of gewoon voor de aardigheid. De vragen zijn gebaseerd op de theoretische kennis die benodigd is voor het behalen van het rijbewijs-B (auto). Kies bij iedere vraag het juiste of meest logische antwoord en schrijf vervolgens het antwoord op, waarvan jij denkt dat het juist is. Bij iedere vraag is slechts één antwoord juist. Noteer per vraag Ja of Nee, of een A, een B, of een C, afhankelijk van de vraagstelling.

Benader onderstaande vragen alsof jij de bestuurder van een motorvoertuig bent.

Succes !

Vraag 1:
Na het drinken van te veel alcohol wordt je een rijverbod opgelegd, je mag nu een fiets besturen
Ja
Nee

Vraag 2:
Het ventieldopje op de autoband moet aanwezig en goed bevestigd zijn
Ja
Nee

Vraag 3:
Voor een goede beveiliging stel je de hoofdsteun af: bovenzijde hoofdsteun halverwege de nek
Ja
Nee

Vraag 4:
Het roken van een joint beïnvloed het waarnemingsvermogen
Ja
Nee

Vraag 5:
Een 'invoeger' op de autosnelweg heeft te weinig ruimte. Wat doe je
A. je geeft een signaal met de claxon
B. je remt
C. je gaat van het gas

Vraag 6:
Met ABS op de auto sta je bij remmen eerder stil
Ja
Nee

Vraag 7:

Dit bord geeft aan
A. omleidingsroute bij problemen of file op autosnelwegen
B. route-aanduiding voor pech- en hulpdiensten
C. omleidingsroute bij vervoer van gevaarlijke stoffen

Vraag 8:
Een te lage bandenspanning heeft een nadelige invloed op het brandstofverbruik
Ja
Nee

Vraag 9:
Een verdubbeling van de rijsnelheid geeft bij remmen
A. een verdubbeling van de remafstand
B. een verviervoudiging van de remafstand
C. geeft met ABS géén meetbaar verschil

Vraag 10:
Een bewusteloos of brakend persoon leg ik in een stabiele rugligging
Ja
Nee

Vraag11:
De belangrijkste oorzaak bij het ontstaan van ongevallen is
A. het voertuig
B. de condities van de weg
C. de mens

Vraag 12:
Bij het voeren van mistlampen voor, moet ik ook dimlichten voeren
Ja
Nee

Vraag 13:
Aanduiding van 50km./u op een matrixbord boven de autosnelweg geeft de adviessnelheid aan
Ja
Nee

Vraag 14:
De maximaal toegestane snelheid voor een bromfiets op de rijbaan, binnen de bebouwde kom is
A. 30 km/u
B. 45 km/u
C. 50 km/u

Vraag 15:

Bord F1 geldt voor alle motorvoertuigen behalve motorfietsen
Ja
Nee

Vraag 16:
Bij te water raken, sla je het linker zijraam in en verlaat zo snel mogelijk de auto
Ja
Nee

Vraag 17:
Bij het verlaten van een rotonde, moet je altijd richting naar rechts aangeven
Ja
Nee

Vraag 18:
Het rechter wiel van de auto komt in een zachte berm. Wat doe je
A. gas los
B. remmen
C. snel wegsturen

Vraag 19:
De 'dode hoek' verdwijnt bij het juist afstellen van de binnen- en linkerbuitenspiegel
Ja
Nee

Vraag 20:

In een erf is de maximum toegestane snelheid 30 km/u
Ja
Nee

Vraag 21:
Je wilt links af slaan en staat opgesteld tegen de wegas en wacht op een tegenligger. De wielen staan
A. links ingedraaid
B. recht
C. maakt niet uit

Vraag 22:
Je auto heeft 7 zitplaatsen, maar slechts op vijf zitplaatsen autogordels. Je mag nu
A. 6 passagiers meenemen
B. 4 passagiers meenemen
C. staat niet beschreven

Vraag 23:
Een bestuurder van een gehandicaptenvoertuig volgt op het trottoir de regels van voetgangers en op de weg ook
Ja
Nee

Vraag 24:

Dit bord geeft een weg met éénrichtingsverkeer aan
Ja
Nee

Vraag 25:

Dit bord geeft de afstand tot de tunnel aan
Ja
Nee


Antwoorden en motivatie van de vragen


Vraag 1: NEE
Als er een rijverbod opgelegd wordt, mag je helemaal geen voertuig besturen. Een rijverbod kan voor maximaal 24 uur opgelegd worden.

Vraag 2: JA
Zonder verntieldopje komt er vuil in het ventiel en is de autoband mogelijk niet meer goed op spanning te brengen of loopt leeg.

Vraag 3: NEE
De bovenkant van de hoofdsteun moet ongeveer ter hoogte van de bovenkant van het hoofd staan afgesteld voor een optimale veiligheid / bescherming.

Vraag 4: JA
Het roken van een joint beïnvloed je waarnemingsvermogen. Mogelijk wordt je hiervan ook overmoedig en neemt meer risico's in het verkeer.

Vraag 5: C
Als je een goede inschatting hebt gemaakt van de verkeerssituatie, dan heb je dit al kunnen voorspellen en help je de andere bestuurder bij het invoegen door ruimte te maken.

Vraag 6: NEE
Als je zelf de remmen goed en rustig doseert, zonder dat de wielen blokkeren sta je eerder stil. In de praktijk zal bij een 'noodstop' het ABS echter wel beter kunnen werken, omdat de rust in het remmen er niet altijd zal zijn.

Vraag 7: A
Een betrekkelijk nieuw bord, dat bij problemen een alternatieve route aangeeft, om zodoende de autosnelwegen te ontlasten en de doorstroming op de wegen te bevorderen.

Vraag 8: JA
Bij een te lage bandenspanning heb je meer wrijving tussen de band en het wegdek, waardoor het brandstofverbruik zal toenemen en de wegligging verslechteren.

Vraag 9: B
Makkelijk om te onthouden is: deel je gereden snelheid door 10 en vermenigvuldig de uitkomst met hetzelfde getal. Dit geeft bij benadering de benodigde remweg. Dus bv: 120 : 10 = 12. Remafstand plusminus 12 x 12 = 144 meter. Bij 60 km/u betekent dit: 60 : 10 = 6. Remafstand plusminus 6 x 6 = 36

Vraag 10: NEE
Om stikken bij het slachtoffer te voorkomen, leg je deze in de stabiele zijligging.

Vraag 11: C
In ruim 90% van de gevallen ligt het falen van de mens aan de basis van een ongeval. Denk aan afleiding door passagiers, vermoeidheid, drank, medicijnen, bellen in de auto enz.

Vraag 12: NEE
Dit hoeft -per 1 april 2008- niet meer omdat het voeren van mistlicht én dimlicht tot een hinderlijke reflectie of verblinding voor de bestuurder zelf kan leiden.

Vraag 13: NEE
De snelheid op een matrixbord boven de autosnelweg betreft de maximale toegestane snelheid en géén adviessnelheid. Staan er echter verkeersborden die een lagere maximale toegestane snelheid aangeven; dan geldt de laagste aangegeven snelheid.

Vraag 14: B
Daar waar bromfietsers de rijbaan binnen de bebouwde kom moeten volgen, geldt voor hen een maximale toegestane snelheid van 45 km/u. Op de fiets-/bromfietspaden geldt binnen de bebouwde kom een maximale snelheid van 30 km/u.

Vraag 15: NEE
Bord F1 geldt voor alle motorvoertuigen. Het type motorvoertuig en/of het aantal wielen maakt niet uit.

Vraag 16: JA
De snelste en de makkelijkste vluchtweg is het linkerzijraam. Bevestig de Life-hammer dusdanig dat je er makkleijk bij kunt komen, zonder dat je druk hoeft uit te oefenen op je veiligheidsgordel (blokkeren van de gordel bij te veel of te snel rekken).

Vraag 17: JA
Bij afslaan geef je altijd richting aan. Bij een rotonde ongeveer een kwart voor je deze verlaat, of bij direct verlaten van de rotonde (rechts af slaan) al bij aan komen rijden.

Vraag 18: A
Je gaat van het gas en stuurt rustig uit de berm tot alle wielen weer genoeg grip krijgen. Bij remmen of abrupt sturen vergroot je de kans op slippen en/of verlies je de controle over de auto.

Vraag 19: NEE
Op het moment dat een voertuig uit je binnenspiegel rijdt én voordat deze weer in je linkerbuitenspiegel verschijnt, bevindt het voertuig zich in de dode hoek en zul je het voertuig voor een moment niet zien.

Vraag 20: NEE
In een erf mag je slechts stapvoets rijden. Denk hierbij aan een snelheid van maximaal 15 km/u.

Vraag 21: B
Je houdt de wielen (nog) in de rechtuit stand. Als je van achter aangereden mocht worden, verklein je de kans dat je op de weghelft van de tegenligger terecht komt.

Vraag 22: B
In auto's die op alle zitplaatsen gordels hebben, mogen niet méér inzittenden worden vervoerd dan er gordels zijn. Heb je dus maar twee gordels op de achterbank, dan mogen er geen drie personen zitten.

Vraag 23: NEE
Een gehandicapte die een gehandicaptenvoertuig op de rijbaan bestuurt moet de regels van bestuurders volgen. Op het trottoir is de maximum toegestane snelheid 6 km/u.

Vraag 24: NEE
Bord D4: gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord is aangegeven.

Vraag 25: NEE
Bord L13, geeft de lengte van de tunnel aan.

Vernieuwd theorie-examen per 1 maart 2009

Het theorie-examen voor de personenauto bestaat per 1 maart 2009 uit drie onderdelen:
  • Een onderdeel over gevaarherkenning (25 vragen)
  • Een onderdeel over verkeersregels (30 vragen)
  • Een onderdeel over verkeersinzicht / risico’s (10 vragen)

Vanaf 1 maart 2009 slaag je voor het vernieuwde theorie-examen als:
  • je tenminste 12 vragen goed hebt (van de 25) van het onderdeel gevaarherkenning;
  • je tenminste 35 vragen goed hebt (van de 40) van de onderdelen verkeersregels en verkeersinzicht.

© 2009 - 2010 Jvd, gepubliceerd in Verkeer (Auto en Vervoer) op 17-02-2009, laatst gewijzigd op 02-10-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Jvd is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Pré-B Autorij-instructie

Reageer op het artikel "Gratis - Theorie Rijexamen - Test 7"


Door Kim op 28-11-2009

Mbt het verkeersbord aangaande de tunnel wordt door de theorie van het CBR aangegeven dat het de afstand tot de tunnel betreft? Wat is nu correct? Reactie infoteur op 29-11-2009:Beste Kim,

Het CROW voegt het volgende toe:

"Toepassing
1. Het bord wordt geplaatst voor elke tunnel, langer dan 250 meter.
2. De lengte van de tunnel wordt vermeld in het onderste deel van het bord.
3. De naam van de tunnel kan op het bord of op een onderbord worden aangegeven.
4. Bij tunnels, langer dan 3000 meter, wordt de resterende lengte van de tunnel om de 1000 meter aangegeven.

Mvg - Sjaak