Verkeer en Voorrangsborden

Gratis - Theorie Rijexamen - Test 6 Borden 2

Gratis - Theorie Rijexamen - Test 6 Borden 2

Iedere verkeersdeelnemer; weggebruiker of bestuurder wordt geacht de verkeersregels te kennen. Te voet, te paard, op de fiets, snorfiets, scooter, met de auto etc., we hebben allemaal met verkeersregels te maken. Test je kennis van de verkeerstheorie. In deze test vind je 25 vragen over verkeersborden, verkeerstekens en / of aanwijzigingen. Doe de verkeerstest en kijk of je voldoende verkeerskennis in huis hebt.




Theorie vragen

De vragen zijn gebaseerd op de theoretische kennis, die je nodig hebt voor het behalen van het (auto)rijbewijs-B. Benader de vragen alsof je een verkeersdeelnemer in een (personen) auto bent. Schrijf de antwoorden op en maak hierbij een keuze tussen Ja of Nee, of A, B of C, afhankelijk van de vraagstelling.
Na de laatste vraag van deze test vind je de antwoorden op de vragen en de motivatie van het juiste antwoord.

Succes met de test !

Test jezelf aan de hand van de 25 vragen


Vraag 01:
fietsstr.
fietsstr.
Van een fietsstrook wordt gebruik gemaakt door fietsers, snorfietsers en bromfietsers
Ja
Nee

Vraag 02:
aanw. 4
aanw. 4
Stopteken voor het verkeer dat de verkeersregelaar van achteren nadert
Ja
Nee

Vraag 03:
haaient.
haaient.
Bij haaientanden op het wegdek geef je voorrang aan verkeer op de kruisende weg
Ja
Nee

Vraag 04:
verk.brig.
verk.brig.
Aanwijzingen van een verkeersbrigadier moet je als bestuurder opvolgen
Ja
Nee

Vraag 05:
G3
G3
De maximaal toegestane snelheid op een autoweg is
A. 80 km/u
B. 100 km/u
C. 120 km/u

Vraag 06:
G5
G5
Binnen een woonerf moet ik voetgangers van rechts voor laten gaan
Ja
Nee

Vraag 07:
F8
F8
Bord F8 geeft aan: einde van de door verkeersborden aangegeven snelheidsbeperking
Ja
Nee

Vraag 08:
C4
C4
Bord C4 betekent
A. advies rijrichting
B. éénrichtingsweg
C. omleidingsroute

Vraag 09:
D4
D4
Bord B4 geeft een weg met éénrichtingsverkeer aan
Ja
Nee

Vraag 10:
L13
L13
De op het bord vermelde afstand geeft de lengte van de tunnel aan
Ja
Nee

Vraag 11:
C6
C6
Bord C6 betekent
A. gesloten voor motorvoertuigen op vier of meer wielen
B. gesloten voor motorvoertuigen op drie of meer wielen
C. gesloten voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen

Vraag 12:
A3
A3
De op een elektronisch signaleringsbord aangegeven snelheid is
A. een maximumsnelheid
B. een adviessnelheid
C. een vooraankondiging

Vraag 13:
C2
C2
C2 éénrichtingsweg; geldt alleen voor motorvoertuigen
Ja
Nee

Vraag 14:
F1
F1
Na passeren van bord F1 mag ik motoren wel inhalen
Ja
Nee

Vraag 15:
F5
F5
Als bestuurder moet ik bij nadering van dit bord voor laten gaan
A. verkeer uit tegengestelde richting
B. bestuurders uit tegengestelde richting
C. motorvoertuigen uit tegengestelde richting

Vraag 16:
C7
C7
Na plaatsing van bord C7 kan ik wel autobussen verwachten
Ja
Nee

Vraag 17:
A4
A4
Bord A4 geeft een maximumsnelheid binnen de bebouwde kom aan
Ja
Nee

Vraag 18:
B6
B6
Bij bord B6 verleen ik voorrang aan verkeer op de kuisende weg
Ja
Nee

Vraag 19:
E2
E2
Bord E2 betekent
A. parkeerschijfzone
B. parkeerverbod
C. verbod stil te staan

Vraag 20:
D1
D1
Bij het verlaten van een rotonde moet ik richting aangeven
Ja
Nee

Vraag 21:
G1
G1
De maximum toegestane snelheid is voor auto plus aanhanger op een met bord G1 aangeduide weg
A. 100 km/u
B. 90 km/u
C. 80 km/u

Vraag 22:
E10
E10
In een parkeerschijf-zone mag ik de tijd volgens de op het bord aangegeven tijden bijstellen of verlengen
Ja
Nee

Vraag 23:
B5
B5
Bord B5: voorrangskruispunt, zijweg rechts. Dit geldt alleen voor bestuurders onderling
Ja
Nee

Vraag 24:
J10
J10
Bord J10 waarschuwt voor een overweg zonder overwegbomen
Ja
Nee

Vraag 25:
J32
J32
Bij naderen van een rood verkeerslicht schakel je vroegtijdig terug vóór dat je stopt
Ja
Nee

Antwoorden en motivatie


Vraag 01: NEE
Bromfietsers mogen geen gebruik maken van een fietsstrook. Snorfietsers wel, want deze volgen de regels van fietsers.
Fietsstrook: door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop afbeeldingen van een fiets zijn aangebracht.

Vraag 02: NEE
Stopteken zowel voor het verkeer dat de verkeesregelaar van voren, als voor het verkeer dat hem van achteren nadert.

Vraag 03: NEE
'voorrang aan verkeer' zou inclusief voetgangers zijn. Voorrang is alleen geregeld tussen bestuurders onderling.
Haaientanden zijn voorrangsdriehoeken op het wegdek, doorgaans aangebracht in combinatie met bord B6. Betekenis: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg.

Vraag 04: JA
Het betreft een stopteken van een verkeersbrigadier met toepassing van bord F10.

Vraag 05: B
De maximum toegestane snelheid op een autoweg is 100 km/u. Op autowegen mag voorts gereden worden door bestuurders van een motorvoertuig waarmee met een snelheid van ten minste 50 km/u kan en mag worden gereden.

Vraag 06: NEE
Binnen een woonerf gelden -tenzij anders aangegeven- de gebruikelijke voorrangsregels.
Belangrijkste uitzonderingen in en woonerf zijn:
  • er mag in een woonerf slechts stapvoets gereden worden (15 km)
  • voetgangersvoorzieningen ontbreken. Voetgangers mogen het erf over de gehele breedte gebruiken
  • in een woonerf wordt alleen in de daartoe bestemde vakken geparkeerd

Vraag 07: NEE
Betekenis bord F8: einde van alle door verkeersborden aangegeven verboden. Zie voor einde maximumsnelheid verkeersbord A2

Vraag 08: B
Éénrichtingsweg. Zie ook verkeersbord C3

Vraag 09: NEE
Betekenis D4: gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord is aangegeven

Vraag 10: JA
Het bord wordt geplaatst voor elke tunnel, langer dan 250 meter. De lengte van de tunnel wordt vermeld in het onderste deel van het bord. De naam van de tunnel kan op het bord of op een onderbord worden aangegeven.
Bij tunnels, langer dan 3000 meter, wordt de resterende lengte van de tunnel om de 1000 meter aangegeven.

Vraag 11: C
Betekenis C6: gesloten voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen. Motoren -zonder zijspan- kun je dus wel verwachten.

Vraag 12: A
Betekenis A3: maximumsnelheid op een elektronisch signaleringsbord.
Elektronische verkeersborden (matrixborden) boven of naast de weg die bijvoorbeeld een maximumsnelheid aangeven, hebben dezelfde betekenis als 'gewone' verkeersborden. Maar staat er op het matrixbord een andere maximumsnelheid dan op het verkeersbord, dan geldt het bord met de laagste maximumsnelheid.

Vraag 13: NEE
Betekenis C2: éénrichtingsweg. In deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee.

Vraag 14: NEE
Betekenis F1: verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen. Het aantal wielen en type motorvoertuig maakt niet uit.

Vraag 15: A
Betekenis F5: verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting. Dus bij nadering van alle weggebruikers, inclusief voetgangers.

Vraag 16: JA
Betekenis C7: gesloten voor vrachtauto's.
Vrachtauto is: motorvoertuig, niet ingericht voor het vervoer van personen, waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 3500 kg.

Vraag 17: NEE
Betekenis A4: adviessnelheid. Wordt onder andere - slechts plaatselijk toegepast- om aan te geven met welke veilige snelheid een gevarenpunt gepasseerd kan worden.

Vraag 18: NEE
Betekenis B6: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg. Bij verkeer zou dit inclusief de voetgangers zijn.

Vraag 19: C
Betekenis E2: verbod stil te staan. Dus al helemaal niet parkeren (verkeersbord E1)

Vraag 20: JA
Bij verandering van richting of afslaan moet je altijd richting aangeven, evenals bij iedere belangrijke zijdelingse verplaatsing. Op een rotonde geef je ongeveer een kwart vóór je de rotonde verlaat richting aan.

Vraag 21: C
Betekenis G1: autosnelweg. De maximumsnelheid van een auto met aanhanger is 90 km/u.

Vraag 22: NEE
Betekenis E10: parkeerschijfzone. Het is niet toegestaan langer te parkeren dan de duur die op het bord is aangegeven onder gebruik van de parkeerschijf.

Vraag 23: JA
Betekenis B5: voorrangskruispunt. Zijweg rechts. Voorrang wordt geregeld tussen bestuurders onderling. Bij voetgangers spreken we van vóór laten gaan.

Vraag 24: NEE
Betekenis bord J10: overweg met overwegbomen. Bord J11 waarschuwt voor een overweg zonder overwegbomen.

Vraag 25: NEE
Volgens de methode van het nieuwe rijden laat je de auto uitrollen in de versnelling van het moment . Dit is beter voor het milieu.

Vernieuwd theorie-examen per 1 maart 2009

Het theorie-examen voor de personenauto bestaat per 1 maart 2009 uit drie onderdelen:
  • Een onderdeel over gevaarherkenning (25 vragen)
  • Een onderdeel over verkeersregels (30 vragen)
  • Een onderdeel over verkeersinzicht / risico’s (10 vragen)

Vanaf 1 maart 2009 slaag je voor het vernieuwde theorie-examen als:
  • je tenminste 12 vragen goed hebt (van de 25) van het onderdeel gevaarherkenning;
  • je tenminste 35 vragen goed hebt (van de 40) van de onderdelen verkeersregels en verkeersinzicht.

Meer Gratis Theorie Testen om je kennis én daarmee je veiligheid te vergroten

Wil je alle verkeersborden nog eens nakijken, ga dan naar de verkeersborden van Nederland. Ben je geïnteresseerd in meer Gratis Theorie Testen, kijk dan in de special Test Verkeersregels - Test Verkeersborden

© 2008 - 2009 Jvd, gepubliceerd in Verkeer (Auto en Vervoer) op 02-12-2008, laatst gewijzigd op 19-05-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Jvd is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Pré-B Autorij-instructie

Reageer op het artikel "Gratis - Theorie Rijexamen - Test 6 Borden 2"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.