InfoNu.nl > Auto en Vervoer > Verkeer > Fileproblematiek oplossen door brandstofprijsstijging

Fileproblematiek oplossen door brandstofprijsstijging

Fileproblematiek oplossen door brandstofprijsstijging De mobiliteit in Nederland is afhankelijk van een aantal factoren, zoals onder andere de bereikbaarheid van de locaties, de betrouwbaarheid, de benodigde tijd voor de verplaatsing en de kosten die hieraan verbonden zijn. Binnen het autopersonenvervoer is de brandstofprijs een belangrijke kostenpost, zeker nu de brandstofprijzen blijven stijgen. Het is echter de vraag hoe groot de invloed van de brandstofprijs is op de mobiliteit in Nederland en daarmee het fileprobleem kan verminderen. De mobiliteit in Nederland staat onder druk. Vooral de mobiliteit in het autopersonenvervoer heeft te kampen met verschillende problemen, zoals congestie (files), milieuvervuiling en steeds hoger wordende kosten. Zeer actueel zijn de kosten omtrent de brandstof. De brandstofprijzen zijn het afgelopen jaren namelijk explosief gestegen, de consument voelt dit in zijn portemonnee en begint te klagen. De automobilisten voelen zich beperkt in hun mobiliteit en zouden graag zien dat de brandstofprijzen weer dalen. In dit onderzoek wordt de relatie tussen de brandstofprijs en de mobiliteit in Nederland beschreven, en wordt dieper ingegaan op de mogelijkheden die het verhogen van de brandstofprijs biedt om het aantal files in ons land terug te dringen.

Prijs veranderingen

De brandstofprijs is afhankelijk van een aantal variabelen. Het aanbod van en de vraag naar brandstof veranderen voordurend. Deze factoren hebben een grote invloed op de uiteindelijke prijs aan de pomp. Ook de seizoenen hebben hun invloed op de prijs. In de aanloop naar de zomervakantie is bijvoorbeeld vaak een verandering in de brandstofprijs waar te nemen. In deze periode stijgt, door de vakantiedrukte, de vraag naar de verschillende soorten brandstof, waardoor de prijzen stijgen. Een andere reden voor een stijging van de brandstofprijs kan een storing op een raffinaderij zijn. Een dergelijke storing kan een vermindering in het aanbod en daarmee een prijsstijging veroorzaken. Maar een omgekeerde situatie is ook mogelijk; zo kan op het moment dat een raffinaderij weer in werking treedt de prijs van de brandstof weer dalen. Hiermee wordt ook een verklaring gegeven voor het feit dat benzineprijzen soms stijgen, terwijl op dat zelfde moment de dieselprijzen dalen.

De hoogte van de brandstofprijs wordt in de eerste plaats bepaald door de prijs van ruwe olie, die op haar beurt weer wordt bepaald op de internationale productenmarkt. Als de prijs van deze grondstof stijgt, stijgt de prijs het eindproduct mee. De productnoteringen of de ‘koers’ van de benzine, worden ook wel ‘Platts noteringen’ genoemd en ook deze worden weer vooral bepaald door vraag en aanbod. De afgelopen jaren zijn de Platts noteringen enorm gestegen. Hiervoor zijn een groot aantal oorzaken te noemen. Zo is het brandstofverbruik en daarmee de vraag naar brandstof gestegen, terwijl de olievoorraden juist onder druk staan. Ook economische ontwikkelingen en terreurdreiging hebben de prijs opgedreven.

Verder hebben natuurrampen invloed op de brandstofprijs, bijvoorbeeld de orkanen Katrina en Rita in Amerika hebben een grote invloed gehad in het verleden. Deze orkanen hebben een aantal belangrijke raffinaderijen en pijpleidingen aanzienlijke schade toegebracht. Om deze reden gingen veel brandstoffen vanuit Europa naar Amerika en werd de prijs op de internationale markt enorm opgedreven.

Hoe is de prijs opgebouwd?

De prijs van ruwe olie is niet het enige onderdeel dat de brandstofprijs bepaalt. Het grootste deel van de brandstofprijs bestaat namelijk uit belastingen. De overheid heeft een vast bedrag vastgesteld (bijvoorbeeld 0,673 euro per liter in 2005) dat aan accijnzen en heffingen moet worden betaald. Dit bedrag verandert ieder jaar, omdat het door de overheid wordt aangepast aan de inflatie, soms wordt het ook om politieke redenen verhoogd. De BTW is een ander deel van de brandstofprijs en ook dit valt onder de belastingen. Het is geen vastgesteld bedrag, maar een vastgesteld percentage van de totale pompprijs (19%), daarom beweegt het hier ook mee mee.

Winst maken is belangrijk voor een pomphouder en een brandstofleverancier (bijvoorbeeld Shell). Om deze reden wordt dan ook een winstmarge doorberekend in de brandstofprijs. Ook wordt bij de bepaling van de brandstofprijs rekening gehouden met de gemaakte kosten. Voor de leverancier zijn dit onder andere de kosten voor de opslag en het transport, voor reclame, acties en overhead, maar ook de kosten van de verkoopdivisie. De pomphouder heeft bijvoorbeeld kosten in de vorm van personeelskosten, investeringen in het station en milieumaatregelen. Deze kosten moeten betaald worden met het geld dat de marketingmarge opbrengt.

Minder files door hoge brandstofprijs?

Het verhogen van de brandstofprijs wordt weleens gezien als een goede manier om het aantal files in Nederland terug te dringen. Hier zit een logische redenatie achter: als de brandstofprijs stijgt, wordt de mobiliteit afgeremd en zullen mensen minder gaan rijden, simpelweg omdat het te duur wordt. Als minder mensen gaan rijden, zullen er minder mensen op de weg zijn en dus zullen er minder files zijn. Onderzoeken laten wisselende resultaten zien ten aanzien van dit verband; eind vorige eeuw wisselden de resultaten behoorlijk:
Van 1988 tot 1991 blijkt de mobiliteitsgroei (de groei van het aantal verkeersdeelnemers en het aantal gereden kilometers) te zijn afgeremd van zes naar één procent groei. In dezelfde periode is de brandstofprijs blijven stijgen. Dit wijst dus inderdaad op het eerder besproken verband tussen de stijgende brandstofprijs en de daling van de mobiliteit. Van 1992 tot 1997 is de brandstofprijs om één waarde blijven schommelen en varieerde de mobiliteitsgroei van jaar tot jaar. Daarom worden over deze periode wat betreft het bovenstaande verband, weinig uitspraken gedaan in onderzoeken. Echter vanaf 1997 blijkt de mobiliteitsgroei flink toe te nemen, terwijl ook de brandstofprijs omhoog gaat. Er blijken dus teveel andere factoren invloed te hebben op de brandstofprijs om het verband aan te kunnen tonen, en alleen de jaren 1988 tot 1991 lijken een verband tussen stijgende brandstofprijzen en dalende fileproblematiek te ondersteunen.

Verhogen brandstofprijzen als korte termijn oplossing

Werkverkeer en onderwijs blijken op de korte termijn het minst gevoelig te zijn voor brandstofprijsverhoging. De oorzaak hiervan is dat werkverkeer en onderwijs twee vormen van mobiliteit zijn die noodzakelijk geacht worden. Vaak wordt werkverkeer ook vergoed door de werkgever en de scholier of student zal veelal gebruikmaken van openbaar vervoer om de kosten te drukken. Met name de invoering van de OV studentenkaart in Nederland is van invloed, waardoor studenten gestimuleerd worden het openbaar vervoer te gebruiken en dus minder gevoelig worden voor prijsstijgingen. Pendel is een motief dat gevoeliger is voor brandstofprijsverhoging dan ander werkverkeer. Pendel vindt plaats in de ochtend- en avondspits, wat voor grote drukte zorgt. Dit zorgt voor lange files op de weg, wat de consument ontmoedigt om de auto te nemen naar het werk. Als bovendien de brandstofprijs verhoogd wordt, wordt sneller gezocht naar alternatieven voor de auto dan als men geen last heeft van de grote drukte in de spits. Van hieruit bezien zou een prijsstijging dus wel degelijk invloed kunnen hebben op de fileproblematiek in ons land.

Overig autopersonenvervoer is het meest gevoelig voor brandstofprijsverhoging. Onder deze groep vallen recreatief verkeer, zoals vakantie, sport en winkelen. Omdat het hier vrijetijdsbesteding betreft, is men eerder bereid uit te wijken naar andere vervoersmodaliteiten of zelfs minder gebruik te maken van vervoer. Uit onderzoek blijkt dat Nederlanders op het gebied van overig vervoer gevoeliger reageren op brandstofprijsverhoging dan gemiddeld in de EU.

Verhogen brandstofprijzen als lange termijn oplossing

Op de lange termijn blijken de effecten groter te zijn dan op de korte termijn. Consumenten kunnen op de lange termijn effectievere maatregelen nemen dan op de korte termijn. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het kopen van een huis dat dichter in de buurt van de werkplek ligt. Hetzelfde geldt voor onderwijs, al is het effect bij dit motief een stuk kleiner. De elasticiteiten van overig vervoer geven op de lange termijn een nog veel groter verschil. Recreatief vervoer blijkt altijd een tak te zijn waarop sneller wordt bezuinigd bij prijsstijging.

Wel moet hierbij aangetekend worden dat het effect van brandstofprijsstijging wordt op de lange termijn iets gematigd doordat men zuinigere auto’s gaat kopen en daardoor de vraag naar kilometers toeneemt bij dezelfde prijs.

Heeft de stijging van de brandstofprijzen invloed op het aantal files?

Uit onderzoek blijkt dat een verhoging van de brandstofprijs vooral op de lange termijn een afremmend effect heeft op het autopersonenvervoer en daarmee op de files. Er blijkt echter ook dat er door de overheid vooral inkomsten worden binnengehaald op de korte termijn, omdat de vraag dan nauwelijks afneemt bij toename van de prijs. Op de lange termijn kan dit echter tegenvallen doordat de consument zich aanpast door het kopen van zuinigere auto’s.

Zeer grote prijsstijgingen, zoals bij de oliecrisis in de jaren ’70, blijken een sterk negatief effect te hebben op de vraag naar autopersonenvervoer en daarmee het aantal files snel terug te dringen. Als de prijs daarna weer keldert, trekt de vraag minder snel aan dan hij eerst afnam. Abrupte grote prijsstijgingen zouden daarom voor het verminderen van autopersonenvervoer een goed instrument zijn. Het is echter zeer de vraag of er maatschappelijk draagvlak is voor dit soort ingrepen, omdat het bijvoorbeeld een bedreiging voor de economie vormt. Kleine prijsstijgingen hebben echter nauwelijks directe impact op de brandstofconsumptie en op het aantal files, maar kunnen op een groter draagvlak rekenen dan grote prijsstijgingen, waardoor ze indirect een groter effect zullen hebben.

Conclusie

De overheid zal een beleid moeten voeren waarin rekening wordt gehouden met de economie en maatschappelijk draagvlak enerzijds en het verminderen van congestie en milieuvervuiling anderzijds. Uit onderzoek blijkt dat prijsbeleid door brandstofprijsverhoging inderdaad kan bijdragen aan het verminderen van files en vervuiling. Omdat de consument minder heftig reageert op kleine prijsstijgingen, lijkt het geleidelijk doorvoeren van kleine prijsstijgingen van de brandstof een betere optie dan het abrupt verhogen van de brandstofprijs. Echter dit zal geen directe gevolgen hebben op de fileproblematiek. Aan de andere kant worden hiermee de economie en de maatschappij niet al te veel beschadigd en moet op de lange termijn congestie en milieuvervuiling kunnen verminderen.
© 2009 - 2019 Sportler, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Waarom is de benzine in Nederland zo duur?Waarom is de benzine in Nederland zo duur?Waarom is de benzine in Nederland zo duur? En waarom is die prijs niet altijd hetzelfde? De prijs van de benzine in Nede…
Gevolgen van een lage olieprijs voor de economieGevolgen van een lage olieprijs voor de economieDe olieprijs staat sinds 2015 op een enorm laag peil. Begin 2016 zakt de olieprijs verder en analisten wijzen erop dat d…
De benzineprijsDe benzineprijsHet autorijden wordt door het stijgen van de benzineprijs steeds duurder. Het is echter niet alleen de olieprijs die inv…
Aardolie: waarom stijgt of daalt de olieprijs op de markt?Aardolie: waarom stijgt of daalt de olieprijs op de markt?De prijs van olie is niet alleen belangrijk voor grote bedrijven maar ook voor de man in de straat. De kosten van het vo…
Gasprijs: de prijs van gasGasprijs: de prijs van gasDe gasprijs is gekoppeld aan de prijs van olie. Daardoor is de prijs van gas de afgelopen jaren behoorlijk gestegen. Oli…
Bronnen en referenties
  • J. Dargay & D. Gately, 1995, “The demand for transportation fuels: imperfect price-reversibility?” Elsevier Science, 1996 Harms, 2003, “Mobiel in de tijd: op weg naar een auto-afhankelijke maatschappij, 1975-2000” Sociaal en Cultureel Planbureau, Den Haag. G. de Jong & H. Gunn, 2000, “Recent evidence on car cost and time elasticities of travel demand in Europe” Journal of Transport Economies and Policy Volume 35 Part 2, mei 2001. Shell, 2005, “Opbouw van de Shell brandstofprijs” (www.shell.nl, bezocht op 6-12-2005).

Reageer op het artikel "Fileproblematiek oplossen door brandstofprijsstijging"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Sportler
Laatste update: 17-06-2009
Rubriek: Auto en Vervoer
Subrubriek: Verkeer
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!