De historie van Chrysler

De historie van Chrysler Chrysler heeft altijd gewerkt vanuit het “value for money” principe. Veel auto bieden voor relatief weinig geld. Het bracht Chrysler lange tijd veel succes, totdat het merk hogerop wilde. Juist op het moment dat Chrysler de grootste investering in haar bestaan deed, brak de oliecrisis uit. Chrysler overleefde het ternauwernood, maar midden jaren ‘80 bracht een nieuw concept redding.

Walter Chrysler, autodokter

Walter Chrysler kwam in 1912 bij General Motors als manager van de fabriek van Buick. In vier jaar tijd werkte Chrysler zich op tot directeur van Buick. Een paar jaar later, in 1919 kwam er een einde aan de samenwerking tussen Walter Chrysler en General Motors. Chrysler ging aan de slag als een soort freelance autodokter en specialiseerde zich in het op de rails krijgen van door problemen geteisterde autofabrikanten. Zo hielp hij eerst Willys-Overland en later de Maxwell Motor Company. In 1920 vormde Walter Chrysler een team met drie ex-Studebaker technici en samen ontwikkelden zij hun eerste auto. Op basis hiervan formuleerden zij de merkwaarden van hun op te richten autofabrikant en in 1924 was Chrysler een zelfstandig autofabrikant, handelend onder de naam "The Maxwell Company".

Value for money

Het eerste resultaat van de filosofie van Chrysler was de Six, in 1924. Chrysler wilde hoge kwaliteit auto's bouwen voor een redelijke prijs. De Six kostte $ 1.565,- en was uitgerust met een zescilindermotor. Als eerste auto in zijn klasse was de Six uitgerust met een hydraulisch remsysteem op alle vier de wielen. Walter Chrysler en zijn compagnons hadden vertrouwen in hun kunnen. Ze gingen een lening aan van $ 5 miljoen en konden zo de massaproductie van de Six realiseren. The Maxwell Company bouwde en verkocht meer dan 32.000 exemplaren van de Six. In 1925 werd de naam omgedoopt in "Chrysler Corporation". Reeds in 1925 had het merk al een netwerk van 3.800 dealers en had het meer dan 100.000 auto's verkocht. Daarmee was Chrysler 's werelds 5e autoproducent. Tot aan de jaren '30 ging Chrysler door met het ontwikkelen van de merkfilosofie. Dure, sterke modellen werden afgewisseld met betaalbare "value for money" auto's. Hierdoor werd een goede balans tussen exclusieve auto's en betaalbare volumemodellen gevonden. Ook op het circuit behaalde Chrysler goede resultaten. Echt spraakmakende overwinningen bleven uit, maar het merk was altijd bij de top aanwezig.

Het "value for money" concept werd onlosmakelijk verbonden met Chrysler. Toen de Imperial begin jaren '30 werd gelanceerd, werd deze alom als concurrent voor het hoog aangeschreven Duesenberg gezien, terwijl hij maar 1/3 van diens prijs kostte. Chrysler bleef echter wel doorlopend ontwikkelen. In 1934 kwam Carl Breer (vanaf dag 1 partner van Walter Chrysler) tot een opvallende ontdekking: als eerste deed hij onderzoek in windtunnels en kwam tot de ontdekking dat de modellen van Chrysler minder luchtweerstand opriepen wanneer deze achterste voren in de windtunnel werden geplaatst.

Te vooruitstrevend

Chrysler ging terug naar de tekentafel en kwam al snel met de revolutionaire Airflow, een auto die qua aërodynamica zijn tijd ver vooruit was. Met z'n gestroomlijnde carrosserie, en efficiënte maar sterke achtcilinder leek de Airflow alles in huis te hebben om een succesnummer te worden... maar helaas, de auto was te radicaal voor het grote publiek en flopte. Mede door het uitblijven van commercieel succes met de Airflow liepen de verkopen en inkomsten van Chrysler sterk terug, eind jaren '30. En dus moest het merk zich focussen op het bouwen van meer betaalbare auto's. De consument liep eerder warm voor de conventionele $ 925,- kostende DeLuxe Eight dan voor de $ 1.400,- kostende Airflow.

De stabiele jaren

In 1938 bracht Chrysler de New York Special, die al snel werd omgedoopt in New Yorker. Die naam is tot op de dag van vandaag de langstlopende naam voor een modelreeks: de naam "New Yorker" werd door Chrysler van 1938 tot 1996 gebruikt. Chrysler was hard op zoek om wat van de auto status en grandeur terug te winnen en slaagde hierin met de Thunderbolt concept car en later met de Newport Phaeton. Die laatste diende als pace car bij de Indy 500 race van 1940. Van de Chrysler Newport Phaeton zijn er in totaal slechts vijf gebouwd. In 1941 introduceerde Chrysler een auto die gold als trendsetter en die het begin van een nieuwe periode inluidde: de Town & Country was de eerste stationwagon met (voor Amerikaanse auto's) zo karakteristieke houten zijpanelen. Dit was het begin van "The woody era". Van 1942-1945 lag de productie van Chrysler stil vanwege de Tweede Wereldoorlog, maar in 1946 ging het merk verder waar het was gestopt. Er kwam een nieuwe Town & Country en The Woody Era vierde haar hoogtijdagen. Chrysler was echter niet alert genoeg: de Woody look raakte al gauw uit de mode en de consumenten (en vooral Hollywood!) hadden genoeg van de hoge, lompe modellen die als "vooroorlogs" werden bestempeld. Chrysler bleef echter vasthouden aan hun concept. Geen slimme zet, want ze werden achterhaald door andere fabrikanten.

Een nieuw imago en een mislukt experiment

Chrysler zag dat het merk de verkeerde weg in was geslagen en dat het roer om moest om terug aan de top te komen. De ommekeer kwam aan het begin van de jaren '50. Chrysler kreeg een nieuw imago en werd hipper. Het ging compacte lifestylecoupés bouwen. Het bracht de Amerikanen succes en dit keer bleef Chrysler wel bij de les. Een mijlpaal werd bereikt in 1955 met de introductie van het nieuwe vlaggenschip, de 300. Onder de kap van de 300 lag een fonkelnieuwe HEMI-motor. Een nieuwe Amerikaanse held was geboren. De 300 liet een topsnelheid van 229 km/u noteren. In 1957 werd hij opgevolgd door de 300C met een machtige 375 pk sterke HEMI V8 onder de kap. Met de groeiende prestaties groeide ook de noodzaak van veiligheid. Chrysler deed er veel aan om het weggedrag van haar auto's op hogere snelheid te verbeteren. Gedurende de jaren '50 deden diverse nieuwe innovaties zoals stuurbekrachtiging hun intrede op de modellen van Chrysler.

Begin jaren '60 baarde het merk opzien door te experimenteren met een door een turbinemotor aangedreven auto. Reeds een aantal jaar was Chrysler bezig met de ontwikkeling hiervan. 50 prototypes van het model Ghia werden door 200 klanten getest. De Ghia was een bizarre auto, die wel wat weg had van een ruimteschip, vooral van binnen. Door z'n futuristische voorkomen en turbinegeluid wist de auto zich overal te onderscheiden. Een succes werd het echter beslist niet. De auto slurpte twee keer zoveel brandstof als een vergelijkbare auto met verbrandingsmotor en het project stierf een stille dood. Midden jaren '60 kwam er een einde aan het staartvin-tijdperk. Chrysler speelde hierop in. Hun modellen werden volwassener en representatiever en richtten zich meer op de zakelijke rijder. Dankzij de 300 J en nieuwe New Yorker stegen de verkopen van het merk explosief, met 65%. Hierdoor klom Chrysler de top 10 van wereldwijde autoproducenten binnen.

Financiële strop

Chrysler beging een kapitale fout aan het begin van de jaren '70, hoewel het bedrijf hier eigenlijk niet veel aan kon doen. Chrysler investeerde $450 miljoen in de ontwikkeling van nieuwe, grote modellen vlak voordat de oliecrisis toesloeg. De consument verlegde haar aandacht juist naar kleinere, economisch verantwoorde modellen op het moment dat Chrysler een enorme investering had gedaan in luxe wagens. Gelukkig had Chrysler nog genoeg middelen achter de hand om de strop op te vangen, maar gedurende de jaren '70 hield het merk zich behoorlijk gedeisd. Wel is de LeBaron en bekende en succesvolle auto uit die tijd.

Chrysler speelt op safe en breekt door

In de jaren '80 kwam Chrysler in diepe financiële problemen. Net op het moment dat het water het bedrijf naar de keel steeg, kreeg Chrysler het voor elkaar om het tij te keren. De compacte, "back to basics" K-Car zorgde voor wat stabiliteit alvorens Chrysler in 1984 de grote klapper maakte toen het merk het concept "minivan" (MPV) introduceerde. In 1988 kwamen de Amerikanen met de Voyager, die tevens de definitieve doorbraak van het merk in Europa betekende. De Voyager sloeg geweldig aan. De auto kan haast wel als de redding van Chrysler worden betiteld. De Chrysler Voyager groeide uit tot de meest verkochte MPV aller tijden. Ook vandaag de dag is de Voyager "still going strong" zoals de Amerikanen zouden zeggen. Vanaf de introductie van de Voyager tot aan ver in de jaren '90 bleef Chrysler het op safe spelen. Dit zorgde voor een stroom aan weinig spraakmakende modellen, die vooral in Europa geen potten konden breken. De Voyager bleef echter ongekend populair. Eind jaren '90 ondernam Chrysler een nieuwe poging om Europa te veroveren. Dit resulteerde in een nieuwe stroom aan weinig indrukwekkende modellen als de Sebring, Neon en 300M. In 1998 kwam Chrysler echter met twee regelrechte imagebuilders: de door oude hotrods geïnspireerde PT Cruiser en de stoere Crossfire. Auto's die het beiden vooral van hun uiterlijk moesten hebben, hoewel de Crossfire gebruik maakte van (weliswaar ietwat verouderde) Mercedes-Benz-techniek. Toch versterkte Chrysler haar positie behoorlijk met deze twee nieuwe modellen. In 2004 verscheen de opvolger van de 300M, de 300C. Niet alleen was de 300C een veel betere auto, ook het uiterlijk sprak een grote groep mensen aan. Dik, laag, gevaarlijk en pompeus, typisch Amerikaans. De 300C is naar Chrysler-begrippen (de Voyager buiten beschouwing gelaten) een succes in Europa. Een echte verkooptopper is de auto niet, maar met zijn uitgesproken uiterlijk, dikke motoren en value for money weet hij klanten weg te snoepen bij de gevestigde orde. In 2007 kwam Chrysler met de nieuwe Sebring. Ook die kan zich niet op alle punten meten met de Europese concurrentie. Daar staat tegenover dat de auto qua ruimte en uitrusting veel waar voor zijn geld biedt. Ook voor de Sebring is dus een zelfde soort rol weggelegd als voor de 300C. Chrysler domineert de verkooplijsten met de Voyager en pikt verder hier en daar een graantje mee met de 300C en Sebring.

© 2008 - 2024 Autorating, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming is vermenigvuldiging verboden. Per 2021 gaat InfoNu verder als archief, artikelen worden nog maar beperkt geactualiseerd.
Gerelateerde artikelen
Meest waardevaste auto’sBij het kopen van een auto moet je de jaarlijkse afschrijving meenemen in de overweging welke auto je gaat kopen. Wij ze…
De historie van DodgeHet Amerikaanse Dodge begon als bescheiden onderdelen- en fietsenfabrikant maar groeide onder leiding van de broeders Do…
De geschiedenis van de Dodge ChargerDe geschiedenis van de Dodge ChargerEen van de bekendste muscle cars uit de jaren 60 en 70 is de Dodge Charger. Deze auto, die in meerdere TV-serie’s en fil…

De historie van CitroënDe historie van CitroënIn de geschiedenis van automerken is over het algemeen weinig stabiliteit terug te vinden. Citroën vormt hierop een uitz…
De historie van ChevroletDe historie van ChevroletNa de Tweede Wereldoorlog en met name na de jaren ‘60 kon Chevrolet haar modellen in Europa maar moeilijk aan de man kri…
Bronnen en referenties
  • Autorating.nl - http://www.autorating.nl Chrysler Group Europe
Autorating (29 artikelen)
Gepubliceerd: 21-02-2008
Rubriek: Auto en Vervoer
Subrubriek: Auto
Bronnen en referenties: 1
Per 2021 gaat InfoNu verder als archief. Het grote aanbod van artikelen blijft beschikbaar maar er worden geen nieuwe artikelen meer gepubliceerd en nog maar beperkt geactualiseerd, daardoor kunnen artikelen op bepaalde punten verouderd zijn. Reacties plaatsen bij artikelen is niet meer mogelijk.