Milieuvervuiling door zeeschepen
Aan boord van een schip zijn er veel werkzaamheden zowel in de haven als op zee, die milieuvervuiling kunnen veroorzaken. De bemanning van een schip moet zoveel mogelijk doen om vervuiling van het milieu te voorkomen.Milieuvervuiling in de haven
In de haven kan milieuvervuiling veroorzaakt worden door een lekkage tijdens het bunkeren van zware olie, diesel olie of smeerolie of bij het afgeven van sludge. Bij deze werkzaamheden is dan ook altijd iemand aanwezig, die in de gaten houdt of er een lekkage is. In het geval van een lekkage tijdens het bunkeren wordt de bunkerbarge direct verzocht de pompen te stoppen, bij een lekkage tijdens het afgeven van sludge wordt aan boord meteen de noodstop van de sludge pomp ingedrukt die aanwezig is in het bunkerstation.Om milieuvervuiling tijdens bunkeren te voorkomen, moeten op veel schepen de scuppers aan dek dicht gemaakt worden, sommige schepen hebben apart bunkerstation dat niet in verbinding staat met het dek dan hoeft dit niet te gebeuren. Wel moeten er in het bunkerstation lappen aanwezig zijn om de gelekte olie aan boord meteen op te kunnen ruimen, zodat deze op geen enkele manier meer in het water kan komen.
Ook kan in de haven hydraulische olie aan dek komen door een lekkende tugmaster of een lekkende winch. De dekdrains kunnen op twee standen gezet worden, op overboord en naar een tank toe. Als er veel olie aan dek ligt kan dus milieuvervuiling worden voorkomen door de drains naar de tank toe te zetten, de tank kan leeg gehaald worden met behulp van de bilgewaterseparator.
Door olie lekkage in de haven gaat het leven in het water, zoals plankton en vissen dood. Ook wordt de kust in de haven besmeurd met olie met het gevolg dat vogels en andere dieren die in en rond de haven leven de olie binnen krijgen of besmeurd raken met olie.
Ook het bunkeren van urea gebeurt in de haven, bij het bunkeren van urea is het niet erg als er iets gelekt wordt. Urea wordt in de katalysator gebruikt om de uitlaatgassen schoner te maken en is milieuvriendelijk.
Milieuvervuiling op zee
Op zee kan milieu vervuiling veroorzaakt worden door het dumpen van afval, door de uitlaatgassen en tijdens het werken met de bilgewaterseparator bijvoorbeeld doordat deze niet goed werkt, ook op zee kan het natuurlijk voorkomen dat er een winch aan dek hydraulische olie lekt.Milieuvervuiling door het dumpen van afval kan heel makkelijk voorkomen worden, door het afval niet in zee te dumpen maar af te geven in een haven. De milieuvervuiling door de uitlaatgassen wordt aan boord van sommige schepen zoveel mogelijk beperkt door de uitlaatgassen te katalyseren met urea. Milieuvervuiling door de bilgewaterseparator kan beperkt worden door altijd de separator te controleren op een goede werking en de 15 ppm cellen goed schoon te houden. Bij het lekken van een winch worden op zee dezelfde maatregelen genomen als in de haven.
Op zee heeft vervuiling door olie minder impact dan in de haven, omdat de olie hier over een groter oppervlakte verspreid kan worden. Ook in de zee zullen de vissen en het plakton sterven. Het plankton sterft doordat het door de olie laag niet genoeg licht heeft om te kunnen leven en om zuurstof te kunnen maken, de vissen en zeedieren die plankton eten zullen sterven aan een tekort aan voedsel en het binnen krijgen van olie, nu zullen dus ook de vissen en zeedieren die van deze plankton etende zeedieren leven sterven aan een tekort aan voedsel. De olie vervuiling op zee heeft ook invloed op de vogels. Zeevogels die in een olieplas terecht komen verdrinken omdat ze niet meer op het water kunnen drijven of gaan gewoon dood aan de olie die ze binnen krijgen. Als de olie de kust bereikt geldt voor kustvogels eigenlijk hetzelfde als voor de zeevogels.
Wetgeving ter voorkoming van milieuvervuiling
Wet voorkoming verontreiniging door schepenDeze is te vinden in band 4 van de Wetgeving voor de Scheepvaart.
Algemene bepalingen
Lozingsverbod en voorzieningen
Artikel 5
In dit artikel staat dat het verboden is om een schadelijke stof in zee te lozen, behalve in de gevallen en op de manier die vastgesteld zijn door een algemene maatregel van bestuur. De regels die in een algemene maatregel van bestuur zijn gesteld kunnen verschillen al naar gelang deze regels verschillende catergoriën schepen, te bevaren zeegebieden, te maken reizen of te vervoeren schadelijke stoffen betreffen. De regels in de algemene maatregel van bestuur zijn ook van toepassing op buitenlandse schepen in Nederlandse territoriale wateren.
Artikel 6
De beheerders van een haven die zijn aangewezen door algemene maatregel van bestuur moeten zorgen voor voldoende voorzieningen die geschikt zijn voor het in ontvangst nemen van restanten van schadelijke stoffen afkomstig van schepen waarop het lozingsverbod van kracht is
Regels voor schepen
Artikel 7
In algemene maatregel van bestuur worden eisen vastgesteld waaraan de bouw, de inrichting en de uitrusting van een schip moeten voldoen ter voorkoming en beperking van het lozen van schadelijke stoffen.
Artikel 10
In de algemene maatregel van bestuur kunnen ter voorkoming van verontreiniging door schepen regels worden gesteld ten aanzien van:
Artikel 11
De kapitein moet ervoor zorgen dat aan boord een journaal wordt bijgehouden waarin handelingen met betrekking tot het vervoer en de lozing van schadelijke stoffen worden aangetekend.
Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen
Deze is te vinden in band 4 Wetgeving voor de Scheepvaart.
Bepalingen te beperking van verontreiniging voortvloeiend uit de bedrijfsvoering
Artikel 9 Regelingen van het lozen van olie
Behoudens het bepaalde in de artikelen 10 en 11 en het bepaalde in het tweede lid, is elke lozing in zee van olierestanten of oliehoudende mengsels vanaf schepen verboden, tenzij wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden:
Een bijzonder gebied is een zeegebied waarbinnen het volgen van bijzondere in dit besluit voorgeschreven methoden ter voorkoming van verontreiniging van de zee door olie is vereist. Onder deze bijzondere gebieden worden begrepen:
Artikel 16 Bewaking- en regelsysteem en apparatuur voor het filtreren van olie
Elk schip met een tonnage van 10.000 ton of meer is uitgerust met apparatuur voor het filtreren van oliehoudende mengsels en met een inrichting voor een alarm en een automatische stop indien het oliegehalte van de te lozen vloeistof hoger is dan 15 delen per miljoen.
Artikel 20 Oliejournaal
Elk schip met een tonnage van 400 ton of meer, moet zijn voorzien van een oliejournaal deel 1. Het olie journaal dient, indien van toepassing voor elke tank afzonderlijk, te worden ingevuld telkens wanneer en van de volgende handelingen plaatsvindt aan boord van alle schepen:
- het ballasten of schoonmaken van brandstofolietanks
- het lozen van verontreinigd ballastwater of waswater uit tanks, bedoeld onder 1
- het verwijderen van oliehoudende restanten
- het lozen of afgeven van lenswater dat zich in ruimten voor machines heeft verzameld
Artikel 26 Scheepsnoodplan voor olieverontreinigingen
Elk schip dat geen olietankschip is, met een tonnage van 400 ton of meer, heeft een goedgekeurd scheepsnoodplan voor olieverontreinigingen aan boord.
Een scheepsnoodplan voor olieverontreiniging bevat ten minste:
- de procedure die de kapitein of een ander bemanningslid dat de leiding van het schip heeft, moet volgen voor het melden van een voorval van olieverontreiniging
- een lijst van autoriteiten of personen aan wie moet worden gemeld in geval van een voorval van olieverontreiniging
- een gedetailleerde omschrijving van de maatregelen welke de bemanning onmiddellijk moet nemen om de uitstroom van olie ten gevolge van een voorval zoveel mogelijk te beperken
- de procedure en contactpersoon aan boord van het schip voor het coördineren van de maatregelen aan boord met nationale en plaatselijke autoriteiten bij het bestrijden van een olieverontreiniging
Besluit voorkoming verontreiniging door vuilnis van schepen
Artikel 3 Lozen van vuilnis buiten een bijzonder gebied
Het lozen in zee van alle kunststoffen, waaronder in ieder geval worden begrepen trossen en visnetten van kunststof en plastic vuilniszakken is verboden. Het lozen van vuilnis dient zover mogelijk van het dichtstbijzijnde land te geschieden, het lozen van vuilnis is in elk geval verboden als de afstand tot het dichtstbijzijnde land kleiner is dan:
Elk schip met een tonnage van 400 ton of meer heeft een vuilnisjournaal aan boord. Van elke lozing of volledige verbranding van vuilnis wordt op de datum van de lozing of de verbranding melding gemaakt in het vuilnisjournaal, onder vermelding van:
- de datum en het tijdstip waarop de lozing of verbranding geschiedde
- de positie van het schip ten tijde van de lozing of verbranding
- een omschrijving van het geloosde of verbrande vuilnis, tezamen met een schatting van de hoeveelheid daarvan.