De historie van Alfa Romeo

De historie van Alfa Romeo De sportieve auto's van Alfa Romeo spreken veel mensen aan. Het Italiaanse merk oogst lof vanwege de rijeigenschappen van haar auto's en de sierlijke, sportieve vormgeving. De laatste jaren heeft Alfa veel nieuwe modellen geintroduceerd en gaat het goed met de fabrikant. Maar Alfa Romeo kent een lange historie met veel ups, maar ook downs. Anonima Lombarda Fabbrica Automobili werd in 1910 gestart door Ugo Stella. De eerste letters van de woorden van de naam vormen samen “Alfa” waaronder het merk bekend stond. Alfa is overigens de eerste letter van het Romeinse alfabet en staat symbool voor een nieuw begin. De eerste Alfa’s werden gebouwd voor welgestelden en waren bedoeld voor circuitgebruik. De huidige naam Alfa Romeo werd voor het eerst gebruikt in 1920 nadat Ugo Stella in 1915 een partner kreeg in Nicola Romeo. Dat de eerste vruchten van de samenwerking pas in 1920 zichtbaar werden voor het grote publiek had alles te maken met de eerste wereldoorlog die in 1914 uitbrak en die de productie van Alfa Romeo op een zeer laag pitje zette. Op de eerste Alfa Romeo in 1920, de Torpedo, was ook een logo te zien met een kruis en een slang, net zoals tegenwoordig. Het logo is in de loop der jaren diverse malen aangepast maar heeft grote delen van zijn originele vorm behouden. De Alfa Romeo Torpedo werd ontworpen door Giuseppe Merosi. Merosi zou tot 1924 bij Alfa Romeo betrokken zijn en naast het ontwerpen was hij ook hoofdverantwoordelijk voor de commercialisering van het Italiaanse merk.

Alfa Romeo voorziet tegenwoordig enkele sportieve uitvoeringen van een special logo: de Quadrifoglio, oftewel het klavertje vier. Het ontstaan van de Quadrifoglio ligt bij het raceteam van Alfa Romeo dat het symbool gebruikte op de bolides voor het circuit. Het klavertje vier werd voor het eerst gebruikt in 1923 en verscheen op de iconische Alfa Romeo P2 raceauto die werd ontworpen door de bij Fiat weggeplukte Vittorio Jano. Verantwoordelijk voor de stalling van Jano bij Alfa Romeo was overigens een man die later zou uitgroeien tot één van de boegbeelden van de (Italiaanse) auto-industrie: Enzo Ferrari. Hoewel Alfa Romeo het goed deed op de circuits en de P2 alom lof oogstte, ging Alfa Romeo bijna failliet door toedoen van een aandeelhouder. Nicola Romeo zag het inmiddels niet meer zitten en verliet het merk dat hij als een zinkend schip beschouwde in 1928. Of dit een juiste keuze is geweest valt te betwisten want niet lang daarna nam de populariteit van Alfa Romeo – en daarbij de financiële situatie – een vogelvlucht dankzij de introductie van zescilindermotoren. Het ging in korte tijd zelfs zo goed met Alfa Romeo dat zij besloten om een aparte racetak op te richten: Scuderia Ferrari. Waar Enzo Ferrari de kar trok bij de raceafdeling van Alfa Romeo, daar werd het huidige moederbedrijf Fiat verantwoordelijk voor de productie van personenwagens. Oprichter Ugo Stella was inmiddels ook niet meer betrokken bij Alfa Romeo, waar Ugo Gobbato inmiddels het scepter zwaaide. Onder zijn bewind kon hij bewerkstelligen dat de focus van het merk werd gericht op massaproductie. De racerij behoefde niet veel aandacht: Scuderia Ferrari had zijn zaakjes op orde en boekte aan de hand van de legendarische coureur Tazio Nuvolari grote successen. De jaren ’30 waren voor Alfa Romeo zeer succesvol met massaproductie van auto’s en zelfs vrachtwagens en bussen.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, kreeg Alfa Romeo enorme klappen te verwerken. Uiteraard hadden in die periode vrijwel alle (auto)fabrikanten het moeilijk maar Alfa Romeo had het extra zwaar doordat de fabrieken tot driemaal toe werden gebombardeerd. Het laatste bombardement zorgde ervoor dat de productie vrijwel volledig werd stopgezet. Alfa Romeo toonde echter veerkracht en wist al snel na de oorlog weer uit te groeien tot een gezond bedrijf.

De periode 1945 tot eind jaren ’50 bracht op het gebied van personenwagens enkele memorabele modellen voort zoals de 6C en de 158. Ook in de racerij werd teruggekeerd. Dit keer echter niet onder de naam Scuderia Ferrari dat als zelfstandig team verder ging, maar weer onder de eigen naam. De racerij bleek wederom een uitstekend uithangbord voor het bedrijf: Alfa Romeo zegevierde regelmatig aan de hand van de grote namen Nino Farina en Juan Manuel Fangio. In de jaren ’50 en ’60 deed nog een grote –en voor het publiek minder bekende- naam zijn intrede: Orazio Satta, een meesterontwerper die verantwoordelijk was voor twee van Alfa Romeo’s meest memorabele modellen: de 1900 en de Giulietta die dankzij de opkomst van de massaproductie en de daaruit voortvloeiende lage prijs zeer gewild waren.

Het succes van deze modellen legde een solide fundament voor wellicht de succesvolste periode uit de geschiedenis van Alfa Romeo in de jaren ’60. Door de massaproductie werd de auto voor steeds meer mensen bereikbaar. Alfa Romeo besloot daarop kleinere, betaalbare modellen te gaan fabriceren met de Giulietta en de Giulia voorop. Beide modellen werden in meerdere varianten geproduceerd. Van de Giulia werden uiteindelijk meer dan een miljoen exemplaren gebouwd. Alfa Romeo bleef intensief bezig met de racerij. In 1964 werd Autodelta opgericht, een subdivisie van Alfa Romeo die straatauto’s ombouwde in raceauto’s. Andersom werd er via Autodelta weer geprofiteerd van de ervaring en faam van het raceteam wat zorgde voor de intrede van wederom een bekende term in 1965: Gran Turismo Allegerita, oftewel GTA. Tegenwoordig kennen wij GTA nog steeds als toevoeging bij sportieve Alfa’s.

Ondanks de voortdurende successen in de racerij (met name door Autodelta dat onder andere motoren en/of ondersteuning leverde aan Brabham, McLaren en Ferrari) en het binnenhalen van de wereldberoemde ontwerper Pininfarina ging het in de jaren ’70 erg slecht met Alfa Romeo. Het had niet te maken met de kwaliteit of populariteit van de auto’s: de Alfa Romeo Montreal werd met veel bewondering verwelkomd en de Alfa Romeo Alfasud was met zijn compacte afmetingen en voorwielaandrijving precies waar de markt om vroeg. Toch had Alfa Romeo het moeilijk en daarvoor waren twee oorzaken aan te wijzen. Allereerst was er de oliecrisis die de economie in zijn greep had en ten tweede was er de bedrijfsstructuur van Alfa Romeo. In de jaren ’70 werkte het merk nog volgens de structuur die Ugo Gobbato in de jaren ’30 had geïntroduceerd. Ettore Masaccesi werd in 1978 de nieuwe directeur van Alfa Romeo en hij kreeg de taak mee om het bedrijf drastisch te herstructureren en moderniseren. De herstructurering van Alfa Romeo verliep moeizaam en het was het kapitaal van moederbedrijf Fiat dat Alfa overeind hield. Toch was er in 1983 een lichtpuntje met de komst van de compacte Alfa Romeo 33, die tot in de jaren ’90 één van de boegbeelden van het merk zou zijn. Zelfs vandaag de dag zijn er nog veel 33’s te vinden. Niet alleen op de openbare weg maar vooral op het circuit waar de auto onder hobbycoureurs populair is dankzij zijn compacte afmetingen, prestaties en achterwielaandrijving.

Hoewel Alfa Romeo midden jaren’ 90 een ruim modelaanbod had, kon het merk alleen maar dromen van de successen uit de jaren ’50 en ’60. Waar automobilisten het wel over eens waren, was dat Alfa’s iets speciaals hadden waardoor zij een groep trouwe liefhebbers vergaarden. De Italiaanse auto-industrie kon echter niet tippen aan de populariteit en bouwkwaliteit van de overwegend Duitse concurrentie. 1997 kan echter gemarkeerd worden als wellicht één van de belangrijkste jaren uit de geschiedenis van Alfa Romeo. De 156, ontworpen door grootheid Walter de’Silva, werd geïntroduceerd en had een impact die zelden door een middenklasser werd gemaakt. Publiek en pers vielen voor zijn ontwerp en de Alfa Romeo 156 werd in 1998 met overmacht verkozen tot auto van het jaar. In de stijl van de 156 verscheen ook de compacte 147 en de creaties van Walter de’Silva zetten de toon voor het huidige Alfa Romeo. Na een moeilijke periode in de jaren ’90 is er weer een duidelijke lijn waar te nemen in de modellen van Alfa Romeo. In het eerste decennium van de 21e eeuw heeft het merk onder andere de 156-opvolger 159 gebracht en modellen die daarna volgden zoals de supercar 8C Competizione, de MiTo en de in 2010 geïntroduceerde Giulietta beschikken allen over een expressief, Italiaans chique design waarmee Alfa Romeo zich wil onderscheiden. Naast het herkenbare design speelt het rijke raceverleden van Alfa ook nog een grote rol waarbij sportiviteit in ieder model wordt nagestreefd.
© 2008 - 2020 Autorating, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De beste of degelijkste auto's - Publicatie TÜV 2014De beste of degelijkste auto's - Publicatie TÜV 2014Betrouwbare tweede-hands auto's volgens het Duitse TÜV - publicatie 2014. Met ongeveer 8 miljoen registraties van autoke…
Minst degelijke Meest degelijke auto's 2013Minst degelijke Meest degelijke auto's 2013Auto's met de minste mankementen en auto's met de meeste mankementen naar bouwjaar. Met meer dan 3 miljoen registraties…
Welke auto’s hebben de minste mankementen? Welke de meeste?Welke auto’s hebben de minste mankementen? Welke de meeste?Elk jaar houdt de Consumentenbond een onderzoek naar de meest betrouwbare auto’s, die met de minste mankementen. Het voo…
Statistiek: Chi-kwadraat VerdelingMet de chi-kwadraat toets (spreekt uit als ‘gie-kwadraat’) voor verdeling kan uitgerekend worden of er een bepaalde voor…

Wanneer mistachterlicht ontsteken?Wanneer mistachterlicht ontsteken?Deelnemen aan het verkeer is bijzonder gevaarlijk. De tijd dat ongevallen veroorzaakt werden door een gebrekkige beheers…
De historie van Aston MartinAston Martin geldt sinds 1914 als toonaangevend sportwagenproducent. De producten van Aston Martin worden alom gewaardee…
Bronnen en referenties
  • Autorating.nl - http://www.autorating.nl
  • Alfa Romeo Nederland

Reageer op het artikel "De historie van Alfa Romeo"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reacties

Cor de Vrieze, 12-07-2014 16:23 #2
"Zelfs vandaag de dag zijn er nog veel 33’s te vinden. Niet alleen op de openbare weg maar vooral op het circuit waar de auto onder hobbycoureurs populair is dankzij zijn compacte afmetingen, prestaties en achterwielaandrijving."

Achterwielaandrijving; wat een flater! De Alfa 33 heeft - als opvolger van de Alfasud - voorwielaandrijving. En er zijn een paar 33-modellen met vierwielaandrijving uitgebracht, maar achterwielaandrijving, neen.

H. Spijker, 04-08-2008 13:03 #1
Niet alleen Alfa had het moeilijk eigenlijk het hele Italiaanse auto industrie stond op springen. Kijk maar naar Lancia, Ferrari en Maserati. Ik denk dat ze nu met het nieuwe milenium alles goed op een rij hebben gezet. De uitwerking begint nu langzaam
vruchten af te werken.

Infoteur: Autorating
Laatste update: 29-03-2011
Rubriek: Auto en Vervoer
Subrubriek: Auto
Bronnen en referenties: 2
Reacties: 2
Schrijf mee!