InfoNu.nl > Auto en Vervoer > Verkeer > Test verkeersborden - Theorie van de verkeersborden

Test verkeersborden - Theorie van de verkeersborden

Test verkeersborden - Theorie van de verkeersborden Test de kennis van de verkeersborden en verkeerstekens! In programma's als 'blik op de weg', 'het nationaal verkeersexamen' en 'wegmisbruikers' blijkt vaak dat de kennis van verkeersregels en verkeersborden is weggezakt of (nog) onvoldoende wordt beheerst. Alhoewel dit niet altijd betekent dat we in het verkeer dan ook foutief handelen, kan het mogelijk geen kwaad het geheugen af en toe op te frissen en de verkeerskennis bij te schaven. De 48 vragen over verkeersborden, verkeerstekens en aanwijzingen geven je zicht op de kennis van de verkeers-theorie van dit onderdeel van het RVV 1990.

Test je kennis van de verkeerstheorie

De vragen over de verkeersborden zijn bedoeld om je theoretische verkeerskennis te testen of gewoon voor de aardigheid. De vragen zijn gebaseerd op de theoretische kennis die benodigd is voor het behalen van het rijbewijs-B (auto), maar ook voor het rijbewijzen AM (bromfiets en brommobiel) zullen de meeste vragen van toepassing zijn.

Belangrijke definities weggebruikers
Bij benadering van de vragen is het belangrijk de volgende definities te kennen. Deze definities zijn belangrijk om te kunnen bepalen voor wie of wat bepaalde regels, geboden of verboden bedoeld zijn.
  • Bestuurders: alle weggebruikers, behalve voetgangers.
  • Verkeer: alle weggebruikers.
  • Weggebruikers: voetgangers, fietsers, bromfietsers, bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, van een motorvoertuig of van een tram, ruiters, geleiders van rij- of trekdieren of vee en bestuurders van en bespannen of onbespannen wagen.

Beoordeling van de vragen over verkeersborden/verkeerstekens

Kies bij iedere vraag het juiste of meest logische antwoord en schrijf vervolgens een A, B of C op voor het antwoord, waarvan jij denkt dat het juist is. Na de vragen vind je de goede antwoorden en zo nodig de motivatie van de antwoorden. Ken jezelf voor ieder goed antwoord 1 punt toe en kijk wat je totaalscore is!

Vraag 1 t/m 48 Antwoorden theorie verkeersborden
Vraag 01
Dit bord betekent:
A. Een adviessnelheid van maximaal 70 km. per uur.
B. Maximumsnelheid van 70 km. per uur.
Vraag 02
Dit bord betekent:
A. Adviessnelheid 50 km. per uur.
B. Maximumsnelheid 50 per uur.
Vraag 03
Dit bord is geplaatst:
A. Binnen de bebouwde kom vóór een kruispunt.
B. Buiten de bebouwde kom vóór een kruispunt.
Vraag 04
Bij dit bord heb je:
A. Voorrang op al het verkeer van zowel links als rechts.
B. Voorrang op alle bestuurders van zowel links als rechts.
Vraag 05
Bij dit bord moet je:
A. Het kruispunt rustig naderen en bestuurders netjes voorrang verlenen.
B. De auto volledig stilzetten en voorrang verlenen aan kruisende bestuurders.
Vraag 06
Met de fiets mag je:
A. Een weg waar dit bord geplaatst is niet ingaan.
B. Moet je rekening houden met tegemoet komende bestuurders.
Vraag 07
Dit bord geeft:
A. De door een bestuurder te volgen rijrichting aan.
B. Een weg met éénrichtingsverkeer aan.
Vraag 08
Waar dit bord geplaatst is:
A. Mogen alleen vrachtwagens zwaarder dan 3500 kg. niet inrijden.
B. Mogen zowel vrachtwagens als autobussen niet inrijden.
Vraag 09
Bij dit bord:
A. Mogen motorvoertuigen op meer dan twee wielen niet inrijden.
B. Mogen alle motorvoertuigen niet inrijden.
Vraag 10
Dit bord betekent:
A. Weg met éénrichtingverkeer.
B. Aanduiding van de te volgen rijrichting.
Vraag 11
Bij dit bord mag je:
A. Niet stilstaan.
B. Niet parkeren.
Vraag 12
Bij dit bord mag je:
A. Alleen met een invalidenvoertuig parkeren.
B. Alleen met een geldige invalidenparkeerkaart parkeren.
Vraag 13
Bij dit bord mag je:
A. Laden en lossen ongeacht het voertuig.
B. Laden en lossen als bestuurder van een vrachtauto.
Vraag 14
Bij dit bord geldt:
A. Een inhaalverbod voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen.
B. Een inhaalverbod voor motorvoertuigen.
Vraag 15
Bij dit bord:
A. Kun je tractoren en brommobielen op de rijbaan verwachten.
B. Heb je geen kruisend verkeer en/of verkeerslichten.
Vraag 16
Bij dit bord:
A. Heb je wel kruisend verkeer en/of verkeerslichten.
B. Kun je tractoren en brommobielen op de rijbaan verwachten.
Vraag 17
Bij parkeren vlak voor of na een VOP is:
A. De afstand minimaal 2,5 tot 3,5 meter.
B. De afstand minimaal 5 meter.
Vraag 18
Dit bord waarschuwt voor:
A. Attentie nadering gevaarlijk kruispunt.
B. Naderende trams, vooral in de randstedelijke gebieden.
Vraag 19
Bij dit bord mag je:
A. Met een bromfiets met uitgeschakelde motor en met de fiets rijden.
B. Met een snorfiets met een uitgeschakelde motor rijden.
Vraag 20
Als je dit bord gepasseerd bent, mag je:
A. Bij nacht geen groot licht voeren.
B. Indien nodig groot licht voeren.
Vraag 21
Tekens van verkeersbrigadiers:
A. Moet ik opvolgen ook al is het geen politie.
B. Mag ik opvolgen; dit is sociaal verkeersgedrag.
Vraag 22
Bij een 30-km. zone:
A. Volgt bij ieder kruispunt een herhalingsbord.
B. Wordt slechts bij inrijden en uitrijden geplaatst.
Vraag 23
De bebakening bij nadering van een overweg staan op:
A. 80, 160 en 240 meter afstand tot de overweg.
B. 60, 120 en 180 meter afstand tot de overweg.
Vraag 24
Van een fietsstrook wordt gebruik gemaakt door:
A. Fietsers, snorfietsers en bromfietsers.
B. Fietsers en snorfietsers.
Vraag 25
Stopteken geldt voor het verkeer dat de verkeersregelaar:
A. Van achteren nadert.
B. Zowel van voren als van achteren nadert.
Vraag 26
Bij haaientanden op het wegdek geef je voorrang aan:
A. Verkeer op de kruisende weg.
B. Bestuurders op de kruisende weg.
Vraag 27
Aanwijzingen van een verkeersbrigadier moet je:
A. Als weggebruiker opvolgen.
B. Als bestuurder opvolgen.
Vraag 28
De maximaal toegestane snelheid op een autoweg is:
A. 80 km/u
B. 100 km/u
C. 120 km/u
Vraag 29
Rijdend binnen een erf moet je:
A. Voetgangers van rechts voor laten gaan.
B. Bestuurders van rechts voorrang verlenen.
Vraag 30
Bord F8 geeft aan:
A. Einde van de door verkeersborden aangegeven snelheidsbeperking
B. Einde van alle door verkeersborden aangegeven verboden.
Vraag 31
Bord C4 betekent:
A. Advies rijrichting.
B. Eénrichtingsweg.
C. Omleidingsroute.
Vraag 32
Bord D4 geeft een weg aan:
A. Verplichte rijrichting.
B. Eénrichtingsverkeer.
Vraag 33
De op het bord vermelde afstand geeft aan:
A. De lengte van de tunnel.
B. De afstand tot de tunnel.
Vraag 34
Bord C6 betekent:
A. Gesloten voor motorvoertuigen op vier of meer wielen.
B. Gesloten voor motorvoertuigen op drie of meer wielen.
C. Gesloten voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen.
Vraag 35
De op een elektronisch signaleringsbord aangegeven snelheid is:
A. Een maximumsnelheid.
B. Een adviessnelheid.
C. Een vooraankondiging.
Vraag 36
C2 éénrichtingsweg geldt voor:
A. Voertuigen.
B. Motorvoertuigen.
Vraag 37
Na passeren van bord F1 mag je:
A. Een motorfiets wel inhalen.
B. Een motorfiets niet inhalen.
Vraag 38
Als bestuurder moet ik bij nadering van dit bord voor laten gaan:
A. Verkeer uit tegengestelde richting.
B. Bestuurders uit tegengestelde richting.
C. Motorvoertuigen uit tegengestelde richting.
Vraag 39
Na plaatsing van bord C7 kun je:
A. Wel autobussen verwachten.
B. Geen autobussen verwachten.
Vraag 40
Bord A4 geeft een maximumsnelheid binnen de bebouwde kom aan
A. Ja.
B. Nee.
Vraag 41
Bij bord B6 verleen je:
A. Voorrang aan bestuurders op de kruisende weg.
B. Voorrang aan verkeer op de kruisende weg.
Vraag 42
Bord E2 betekent:
A. Parkeerschijfzone.
B. Parkeerverbod.
C. Verbod stil te staan.
Vraag 43
Bij het verlaten van een (klassieke) rotonde moet je richting aangeven.
A. Ja
B. Nee
Vraag 44
De maximum toegestane snelheid is voor auto plus aanhangwagen, lichter dan 750 kg., op een met bord G1 aangeduide weg:
A. 100 km/u.
B. 90 km/u.
C. 80 km/u.
Vraag 45
Binnen een parkeerschijf-zone mag je de tijd volgens de op het bord aangegeven tijden bijstellen of verlengen.
A. Ja
B. Nee
Vraag 46
Bord B5: voorrangskruispunt, zijweg rechts. Voorrang verlenen geldt alleen voor:
A. Bestuurders onderling.
B. Tussen al het verkeer.
Vraag 47
Bord J10 waarschuwt voor een overweg:
A. Zonder overwegbomen.
B. Met overwegbomen.
Vraag 48
Bij naderen van een rood verkeerslicht:
A. Schakel je vroegtijdig terug voordat je stopt.
B. Laat je de auto uitrollen in de versnelling van dat moment.

Test verkeersborden en verkeerstekens/verkeerssignalen

Vraag Antwoord en motivatie
Vraag 01 B
De op de elektronische signaleringsborden aangegeven snelheden zijn maximumsnelheden en gaan boven de op overige verkeersborden aangegeven maximum snelheid.
Vraag 02 A
Dit betreft een adviessnelheid, veelal geplaatst voor onoverzichtelijke bochten waar je niet in de gelegenheid bent ver vooruit te kijken en een hogere snelheid niet gewenst is. De adviessnelheid ligt minimaal 20 km. lager dan voor of na de bocht het geval is.
Vraag 03 A
Aanduiding voorrangsweg, deze borden zijn binnen de bebouwde kom vóór een kruispunt geplaatst en buiten de bebouwde kom na een kruispunt.
Vraag 04 B
Voorrangskruispunt. Voorrang is geregeld tussen bestuurders onderling. Bij verkeer = weggebruikers zou het ook gelden voor voetgangers en dat is niet juist
Vraag 05 B
STOP, je moet ook daadwerkelijk stoppen, tel desnoods twee seconden voor jezelf vanaf het moment dat de auto stilstaat.
Vraag 06 A
Gesloten in beide richtingen voor voertuigen (= ook een fiets), ruiters en geleiders van rij- trekdieren of vee.
Vraag 07 B
Éénrichtingsverkeer. Een verplichte rijrichting is aangegeven door een pijl(en) in een rond verkeersbord.
Vraag 08 A
Gesloten voor vrachtauto's (wegen meer dan 3500 kg.). Autobussen mogen hier wel inrijden.
Vraag 09 A
Gesloten voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen. Een motorfiets zonder zijspan kun je hier wel verwachten.
Vraag 10 B
De te volgen rijrichting. Zie ook vraag 07.
Vraag 11 B
Parkeerverbod, even stil staan om bijvoorbeeld een passagier uit te laten stappen mag wel.
Vraag 12 B
Daar waar het parkeren door invaliden betreft, moeten deze een geldige -in het zicht gelegen- invalidenparkeerkaart in de auto hebben. Het voertuig op zich maakt dus in principe niet uit.
Vraag 13 A
Men heeft waarschijnlijk voor een symbool van een vrachtauto gekozen, omdat dat het meest aannemelijk is, maar met de personenauto mag en kun je ook moeten laden en lossen.
Vraag 14 B
Verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen. Geldt dus ook voor motorfietsen.
Vraag 15 B
De autosnelweg is bestemd voor motorvoertuigen die sneller kunnen en mogen rijden dan 60 km. per uur. Er zijn alleen ongelijkvloerse kruisingen en geen verkeerslichten.
Vraag 16 A
De autoweg is bestemd voor motorvoertuigen die sneller kunnen en mogen rijden dan 50 km. per uur. Kruispunten en/of verkeerslichten kun je wel verwachten; tractoren en overig langzaam rijdend verkeer niet.
Vraag 17 B
Binnen vijf meter vóór of na een VOP (=zebrapad) mag je niet parkeren, omdat dan het zicht teveel ontnomen wordt voor zowel voetgangers als bestuurders.
Vraag 18 A
Gevaarlijk kruispunt. Nader met de nodige voorzichtigheid, omdat het zicht op naderende kruisende bestuurders onvoldoende is.
Vraag 19 B
Een snorfietser moet de regels van fietsers volgen, dus mag deze wel op een onverplicht fietspad rijden, maar alleen met uitgeschakelde motor.
Vraag 20 B
Bij nacht mag je in principe altijd groot licht voeren, zolang je andere weggebruikers niet hindert/verblindt. Of je binnen of buiten de bebouwde kom rijdt, maakt niet uit.
Vraag 21 A
Meestal zijn dit 'klaarovers' bij of rond scholen of verkeersregelaars bij evenementen e.d.
Vraag 22 B
Je moet je -rijdend in een 30 of 60 km.-zone- dus blijven realiseren dat je in een dergelijke zone rijdt, totdat het bord "einde-zone" is geplaatst.
Vraag 23 A
Dit zijn de standaard afstanden tot een spoorwegovergang, als de afstanden afwijken, wordt dit aangegeven.
Vraag 24: B
Bromfietsers mogen geen gebruik maken van een fietsstrook. Snorfietsers wel, want deze volgen de regels van fietsers.
Fietsstrook: door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop afbeeldingen van een fiets zijn aangebracht.
Vraag 25 B
Stopteken zowel voor het verkeer dat de verkeersregelaar van voren, als voor het verkeer dat hem van achteren nadert.
Vraag 26 B
'voorrang aan verkeer' zou inclusief voetgangers zijn. Voorrang is alleen geregeld tussen bestuurders onderling.
Haaientanden zijn voorrangsdriehoeken op het wegdek, doorgaans aangebracht in combinatie met bord B6. Betekenis: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg.
Vraag 27 A
Het betreft een stopteken van een verkeersbrigadier met toepassing van bord F10. Weggebruikers zijn verplicht deze aanwijzingen op te volgen.
Vraag 28 B
De maximum toegestane snelheid op een autoweg is 100 km/u. Op autowegen mag voorts gereden worden door bestuurders van een motorvoertuig waarmee met een snelheid van ten minste 50 km/u kan en mag worden gereden.
Vraag 29 B
Binnen een erf gelden -tenzij anders aangegeven- de gebruikelijke voorrangsregels.
Belangrijke regels binnen een erf zijn:
  • Er mag in een erf maximaal 15 km/u gereden worden (voorheen stapvoets).
  • Voetgangersvoorzieningen ontbreken. Voetgangers mogen het erf over de gehele breedte gebruiken.
  • In een erf wordt alleen in de daartoe bestemde vakken geparkeerd.
Vraag 30 B
Betekenis bord F8: einde van alle door verkeersborden aangegeven verboden. Zie voor einde maximumsnelheid verkeersbord A2
Vraag 31 B
Éénrichtingsweg. Zie ook verkeersbord C3, waarbij aan de andere kant van de weg -bij inrijden- verkeersbord C2 is geplaatst.
Vraag 32 A
Betekenis D4: gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord is aangegeven.
Vraag 33 A
Het bord wordt geplaatst voor elke tunnel, langer dan 250 meter. De lengte van de tunnel wordt vermeld in het onderste deel van het bord. De naam van de tunnel kan op het bord of op een onderbord worden aangegeven. Bij tunnels, langer dan 3000 meter, wordt de resterende lengte van de tunnel om de 1000 meter aangegeven.
Vraag 34 C
Betekenis C6: gesloten voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen. Motoren -zonder zijspan- kun je dus wel verwachten.
Vraag 35 A
Betekenis A3: maximumsnelheid op een elektronisch signaleringsbord.
Elektronische verkeersborden (matrixborden) boven of naast de weg die bijvoorbeeld een maximumsnelheid aangeven, hebben dezelfde betekenis als 'gewone' verkeersborden. Maar staat er op het matrixbord een andere maximumsnelheid dan op het verkeersbord, dan geldt het bord met de laagste maximumsnelheid.
Vraag 36 A
Betekenis C2: éénrichtingsweg. In deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee.
Vraag 37 B
Betekenis F1: verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen. Het aantal wielen en type motorvoertuig maakt niet uit.
Vraag 38 A
Betekenis F5: verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting. Dus bij nadering van alle weggebruikers, inclusief voetgangers.
Vraag 39 A
Betekenis C7: gesloten voor vrachtauto's.
Vrachtauto is: motorvoertuig, niet ingericht voor het vervoer van personen, waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 3500 kg.
Vraag 40 B
Betekenis A4: adviessnelheid. Wordt onder andere geplaatst voor een onoverzichtelijke bocht en om aan te geven met welke veilige snelheid een gevarenpunt gepasseerd kan worden.
Vraag 41 A
Betekenis B6: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg. Bij verkeer zou dit inclusief de voetgangers zijn.
Vraag 42 C
Betekenis E2: verbod stil te staan. Dit houdt automatisch in dat er ook niet geparkeerd mag worden (verkeersbord E1).
Vraag 43 A
Bij verandering van richting of afslaan moet je altijd richting aangeven, evenals bij iedere belangrijke zijdelingse verplaatsing. Op een rotonde geef je ongeveer een kwart vóór je de rotonde verlaat richting aan. Dit geldt voor een klassieke rotonde. Op een turborotonde wordt je automatisch naar de gewenste afslag geleid, waarbij de rijstroken zijn afgescheiden door een verhoging.
Vraag 44 B
Betekenis G1: autosnelweg. De maximum toegestane snelheid van een auto met aanhangwagen, lichter dan 750 kg., is 90 km/u. Heeft de aanhangwagen een hoger gewicht, dan geldt een maximum toegestane snelheid van 80 km/u.
Vraag 45 B
Betekenis E10: parkeerschijfzone. Het is niet toegestaan langer te parkeren dan de duur die op het bord is aangegeven onder gebruik van de parkeerschijf. Tussendoor bijstellen is niet toegestaan.
Vraag 46 A
Betekenis B5: voorrangskruispunt. Zijweg rechts. Voorrang wordt geregeld tussen bestuurders onderling. Bij voetgangers spreken we van vóór laten gaan.
Vraag 47 B
Betekenis bord J10: overweg met overwegbomen. Bord J11 waarschuwt voor een overweg zonder overwegbomen.
Vraag 48 B
Volgens de methode van het nieuwe rijden laat je de auto uitrollen in de versnelling van het moment . Dit is beter voor het milieu.

Beoordeling van het theorie-examen bij het CBR

Het theorie-examen voor de verschillende rijbewijzen kun je bij één van de examencentra van het CBR afleggen. Het theorie-examen wordt individueel met behulp van de computer afgenomen.
Het theorie-examen voor de personenauto bestaat uit drie onderdelen:
  • Een onderdeel over gevaarherkenning (25 vragen);
  • Een onderdeel over verkeersregels (30 vragen);
  • Een onderdeel over verkeersinzicht / risico’s (10 vragen).
Je slaagt voor het theorie-examen als:
  • Je tenminste 13 vragen goed hebt (van de 25) van het onderdeel gevaarherkenning;
  • Je tenminste 35 vragen goed hebt (van de 40) van de onderdelen verkeersregels en verkeersinzicht.

Lees verder

© 2007 - 2017 Jvd, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Verkeer - Verkeersregels - WegenverkeersWetVerkeer - Verkeersregels - WegenverkeersWetVerkeersregels - WegenVerkeerswet. Het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens = RVV en de WegenVerkeersWet = WVW ken…
Voorrang verlenen of voor laten gaan op kruispunt en VOPVoorrang verlenen of voor laten gaan op kruispunt en VOPWanneer verleen je voorrang en wanneer laat je voor gaan bij deelname aan het verkeer? Bij het verlenen van voorrang moe…
Cursus theorie voor het rijexamen: 1. VerkeersdeelnemersIn deze eerste les van de theorie voor het rijexamen ga je meer leren over de verschillende deelnemers die in het verkee…
Verkeer - Verkeersregelaars en WegmarkeringenVerkeer - Verkeersregelaars en WegmarkeringenWe zien bij deelname aan het Nederlandse verkeer vele verkeersborden. Je wordt geacht als verkeersdeelnemer deze verkeer…
Shared Space - Minimum aan verkeersborden in het verkeerShared Space - Minimum aan verkeersborden in het verkeerShared Space, oftewel gedeelde ruimte in het verkeer. Is er sprake van plaatsing van een te veel aan verkeersborden en v…
Bronnen en referenties
  • Autorij-instructie.nl

Reageer op het artikel "Test verkeersborden - Theorie van de verkeersborden"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Reactie

Smelter, 09-08-2007 19:22 #1
Hallo,

Ik heb een reactie op de verkeerstest voor rijbewijs B. Het antwoord op vraag J klopt niet. Het antwoordt is 2, in tegenstelling tot wat jullie beweren. In de bijlage 1 van het RVV 90 staat dit bord bij afbeelding D4, met de omschrijving: Gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord is aangegeven.

Groet,

L. Smelter Reactie infoteur, 10-08-2007
Inderdaad een domme fout, had niet mogen gebeuren.
Heb het inmiddels aangepast.

Bedankt voor de correctie.

Infoteur: Jvd
Laatste update: 06-09-2016
Rubriek: Auto en Vervoer
Subrubriek: Verkeer
Special: Verkeerskennis Test
Bronnen en referenties: 1
Reacties: 1
Schrijf mee!