InfoNu.nl > Auto en Vervoer > Tweewieler > 80 theorie-vragen voor je rijbewijs: bromfiets en snorfiets

80 theorie-vragen voor je rijbewijs: bromfiets en snorfiets

80 theorie-vragen voor je rijbewijs: bromfiets en snorfiets 80 vragen om je kennis van de verkeersborden en de verkeersregels te testen. De verkeersregels voor een bestuurder van een bromfiets of snorfiets kennen veel overeenkomsten met de verkeersregels die voor de bestuurders voor motorvoertuigen gelden. Afwijkend is het verbod voor de bestuurder van een bromfiets of snorfiets om op een autoweg of autosnelweg te mogen rijden. Ook gelden voor de plaats op de weg en de te volgen maximum snelheden op de diverse wegen eigen regels. Wat wordt er binnen het verkeer -op weg naar je rijbewijs- van je verlangd als bestuurder van een bromfiets of snorfiets en hoe te handelen bij plaatsing of de passage van een bepaald verkeersbord?

Examen voor je theorie

Je kunt examen afleggen in één van de examencentra van het CBR, vanaf de leeftijd van 15,5 jaar. Tijdens het examen wordt je kennis van verkeersregels en je verkeersinzicht getoetst. Ben je geslaagd, dan is dit voor anderhalf jaar geldig. Het met goed gevolg afleggen van je theorie-examen is vereist om op te mogen gaan voor het praktijk-examen voor het rijbewijs AM. Ga dus niet te vroeg op voor het theorie-examen, maar zeker ook niet te laat.

Verschil snorfiets en bromfiets

Bij deelname aan het verkeer gelden voor de bromfiets en de snorfiets verschillende maximum toegestane snelheden en verschilt de plaats op de weg.

Snorfiets
  • Heeft een -door de constructie bepaalde- maximum snelheid van 25 km per uur.
  • Snorfietsers volgen de verkeersregels voor fietsers, maar mogen in tegenstelling tot fietsers niet met tweeën naast elkaar rijden.
  • Voert een blauwe kentekenplaat.
  • Voor een bestuurder en de eventuele duo-passagier van een snorfiets is het niet verplicht een helm te dragen.

Bromfiets
  • Heeft een -door de constructie bepaalde- maximum snelheid van 45 km per uur.
  • Bromfietsers volgen de regels voor motorvoertuigen als zij gebruik maken van de weg.
  • Voert een gele kentekenplaat.
  • Voor een bestuurder en de eventuele duo-passagier van een bromfiets is het verplicht een helm te dragen.

Test je theoretische kennis voor het rijbewijs AM

De theorie-vragen uit de test zijn niet bedoeld ter vervanging van je theorie-boek of het volgen van een theorie-opleiding, maar om je theoretische kennis te testen of op peil te brengen. De vragen zijn wel gebaseerd op de theoretische kennis die verlangd wordt voor het met succes behalen van het Rijbewijs categorie AM (bromfiets, snorfiets) bij het CBR. De regelgeving, waar de vragen op gebaseerd zijn- vind je in de Wegenverkeerswet; in het bijzonder het RVV 1990.

Test je kennis van de verkeersborden en de verkeersregels

De 80 vragen zijn onderverdeeld in vier blokken van 20 vragen en antwoorden, zodat deze overzichtelijk zijn en makkelijk te controleren. Kies bij iedere vraag het juiste of meest logische antwoord en schrijf vervolgens een A of B op voor het antwoord, waarvan jij denkt dat het juist of het meest logische is. Ga er bij iedere vraag van uit dat je op een bromfiets rijdt.

Vraag 01 t/m 20Vragen theorie
Vraag 01
Bij passeren van dit bord mag je op de rijbaan maximaal rijden:
  • A. Maximaal 50 km. per uur.
  • B. Maximaal 45 km. per uur.
Vraag 02
Dit bord geeft aan:
  • A. Gebod tot het volgen van één der rijrichtingen.
  • B. Eénrichtingsverkeer voor rechts en links.
Vraag 03
Dit bord geeft aan:
  • A. Gesloten voor alle motorvoertuigen.
  • B. Gesloten voor auto's, vrachtauto's, motorfietsen en bromfietsen.
Vraag 04
Dit bord waarschuwt voor:
  • A. Een gevaarlijk kruispunt.
  • B. Een gevaarlijke overweg.
Vraag 05
Dit bord geeft aan:
  • A. Einde bebouwde kom, dus maximum snelheid is 45 km. per uur.
  • B. Einde van alle door verkeersborden aangegeven verboden.
Vraag 06 Je rijdt op een voorrangsweg, je moet nu:
  • A. Een tram van rechts altijd voorrang geven.
  • B. De tram van rechts geen voorrang geven.
Vraag 07 Je staat met je bromfiets voor een verkeerslicht:
  • A. Je mag stoppen in een fietsopstelstrook.
  • B. Je moet de fietsopstelstrook vrijlaten.
Vraag 08 Je nadert een stopbord en stopstreep, je moet:
  • A. Rustig rijden en kijken of je veilig door kunt.
  • B. Eerst je bromfiets tot stilstand brengen.
Vraag 09 Je parkeert je bromfiets in een parkeervak op de openbare weg:
  • A. Dit mag om te parkeren.
  • B. Dit is niet toegestaan.
Vraag 10 Je slaat af in een verplichte rijrichting, je moet:
  • A. Wel richting aangeven.
  • B. Geen richting aangeven, want je moet de richting volgen.
Vraag 11 De minimale profieldiepte van je banden moet zijn:
  • A. Over het gehele loopvlak voldoende.
  • B. 1.6 mm op de hoofdgroef.
Vraag 12 Een paard en ruiter komen van rechts op een gelijkwaardig kruispunt:
  • A. Je verleent geen voorrang.
  • B. Je verleent wel voorrang.
Vraag 13 Je gaat recht door een kruispunt over, een kruisende voetganger:
  • A. Hoef je niet voor te laten gaan.
  • B. Geef je voorrang.
Vraag 14 Je stopt bij een onderbroken gele streep:
  • A. Je mag een passagier laten op- of afstappen.
  • B. Je mag hier helemaal niet stil staan.
Vraag 15 Van rechts komt een auto uit een uitrit:
  • A. Deze moet je voor laten gaan.
  • B. De bestuurder van de auto moet al het verkeer voor laten gaan.
Vraag 16
Bij dit verkeersbord:
  • A. Zet je de bromfiets stil voor de stopstreep.
  • B. Rijd je veilig en rustig door als dat kan.
Vraag 17
Bij dit verkeersbord:
  • A. Mag je de straat niet inrijden.
  • B. Mag je de weg vervolgen.
Vraag 18
Rijdend vóór of op een rotonde:
  • A. Mag je anders dan rechts rijden.
  • B. Volg je de regel: 'plaats op de weg is rechts'.
Vraag 19
Bij dit bord kun je een motorfiets:
  • A. Wel op de rijbaan verwachten.
  • B. Niet op de rijbaan verwachten.
Vraag 20
Dit bord betekent:
  • A. Weg met eenrichtingsverkeer
  • B. Verplichte rijrichting
Antwoorden en motivatie vraag 1 tot en met 20
Vraag 01
B. Binnen de bebouwde kom is de maximum toegestane snelheid voor de bromfiets op de rijbaan 45 km. per uur.
Vraag 02
A. Gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord zijn aangegeven. Je kunt dus wel tegemoetkomende bestuurders verwachten.
Vraag 03
A. Gesloten voor alle motorvoertuigen. De bromfiets valt niet onder de categorie motorvoertuigen.
Vraag 04
A. Een gevaarlijk kruispunt met vaak onvoldoende of matig zicht op de overige weggebruikers, Nader met gepaste snelheid.
Vraag 05
B. Einde van alle door verkeersborden aangegeven verboden, dus op de rijbaan mag maximaal 45 km. per uur gereden worden.
Vraag 06
B. Het verkeersteken (voorrangsbord) gaat in dit geval boven de verkeersregel. Jij rijdt op een voorrangsweg en hoeft te tram géén voorrang te verlenen.
Vraag 07
B. De opstelstrook met een symbool van een fiets mag alleen gebruikt worden door fietsers en snorfietsers
Vraag 08
B. Dit bord is geplaatst bij een onoverzichtelijke situatie/kruispunt. Je moet stoppen/stil staan voor de stopstreep.
Vraag 09
B. Parkeervakken zijn aangelegd voor het parkeren van motorvoertuigen. Fietsen, snorfietsen en bromfietsen worden geplaatst op het trottoir, op het voetpad of in de berm dan wel op andere aangewezen plaatsen.
Vraag 10
A. Bij afslaan heb je altijd de verplichting richting aan te geven
Vraag 11
A. Over het gehele loopvlak moet de profieldiepte voldoende zijn. De grip op de weg zal echter afnemen naarmate de profieldiepte minder wordt.
Vraag 12
A. Volgens de wet is een ruiter te paard een bestuurder. Op gelijkwaardige kruispunten geven bestuurders voorrang aan de voor hen van rechts komende bestuurders.
Vraag 13
A. Rechtdoorgaand verkeer gaat voor afslaand verkeer op de zelfde weg, maar dit gaat niet op voor kruisend verkeer.
Vraag 14
A. Even stil staan om een passagier op of af te laten stappen mag, parkeren niet.
Vraag 15
B. De auto die uit de inrit komt voert een bijzondere manoeuvre uit en moet al het overige verkeer voor laten gaan.
Vraag 16
A. Stop; verleen voorrang aan de bestuurders op de kruisende weg. Meestal betreft het hier een onoverzichtelijk kruispunt, STOP je bromfiets 2 seconden terwijl je goed kijkt, om jezelf te overtuigen dat je veilig door kunt rijden.
Vraag 17
B. Doodlopende weg. Je mag deze straat gewoon inrijden ook al loopt deze dood. Je kunt wel tegemoetkomende (gekeerde) bestuurders verwachten.
Vraag 18
A. Vlak voor of op een rotonde mogen motorvoertuigen en bromfietsen anders dan rechts rijden. Let bij een zijdelingse verplaatsing of inhalen of voorbij gaan wel goed op het overige verkeer.
Vraag 19
A. Gesloten voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen. Een motorfiets (zonder zijspan) kun je dus wel op de rijbaan verwachten.
Vraag 20
B. Gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord is aangegeven. Pas op: het betreft géén éénrichtingsverkeer. Deze borden zijn meestal geplaatst waar afslaan gevaar oplevert, of daar waar de verkeers-doorstroming of verkeersafhandeling te zeer belemmerd wordt als de borden niet zouden zijn geplaatst.
.
Vraag 21 t/m 40Vragen theorie
Vraag 21 Je hebt remschijven op je brommer:
  • A. Dit is een onderhoudsvrij systeem.
  • B. Controleer de remvloeistof regelmatig.
Vraag 22 De uitlaat van je bromfiets produceert 95 decibel:
  • A. Dit is nog net toegestaan.
  • B. Dit is te hoog en verboden.
Vraag 23 Je maakt gebruik van een doodlopende weg:
  • A. Dit is je eigen keuze.
  • B. Dit is alleen toegestaan voor bestemmingsverkeer.
Vraag 24 Je wacht in fietsopstelstrook:
  • A. Dit mag alleen als je moet wachten voor een verkeerslicht.
  • B. Dit mag in alle gevallen niet.
Vraag 25 Je haalt een links voorgesorteerde auto rechts in:
  • A. Dat mag niet, de regel is: inhalen geschiedt links.
  • B. Als de bestuurder van de auto kenbaar maakt voorgesorteerd te zijn, mag dat.
Vraag 26 Je broer of zus is 7 jaar oud:
  • A. Zij of hij mag altijd achter op de bromfiets zitten.
  • B. Hij of zij mag niet zo maar achter op de bromfiets zitten.
Vraag 27 Vlak voor of op een rotonde:
  • A. Blijf je met de bromfiets op de meest rechts gelegen rijstrook rijden.
  • B. Kies je de rijstrook die logisch voortvloeit uit je te volgen rijrichting.
Vraag 28 Aan de rechterzijde van de weg ligt een fiets-suggestie-strook:
  • A. De strook mag je indien nodig berijden.
  • B. Deze strook is alleen bestemd voor fietsers en snorfietsers.
Vraag 29 Voor het berijden van een bromfiets heb je:
  • A. Minimaal rijbewijs A nodig.
  • B. Mag de rijbevoegdheid niet ontzegd zijn.
Vraag 30 Groot licht mag je gebruiken:
  • A. Bij slecht zicht overdag zolang je het overige verkeer niet hindert.
  • B. Alleen na zonsondergang, bij nacht.
Vraag 31 Je rijdt overdag met dimlicht:
  • A. Dit mag altijd.
  • B. Dit mag alleen bij schemering en bij nacht.
Vraag 32 De bandenspanning kun je het beste meten:
  • A. Nadat je enige tijd gereden hebt.
  • B. Bij een zo koud mogelijke band.
Vraag 33 Je laat een duo-passagier op 4 meter van een zebrapad afstappen:
  • A. Dit mag, want het is niet binnen de voorgeschreven 2.50 meter.
  • B. Dit mag niet binnen een afstand van 5 meter tot een zebrapad.
Vraag 34 Welke benzine is meer belastend voor het milieu:
  • A. Gelode benzine.
  • B. Ongelode benzine.
Vraag 35 Je stopt even bij een bushalte om de weg te vragen:
  • A. Dit mag voor korte duur, zolang je de bus niet hindert.
  • B. Dit mag niet, ook niet voor korte duur.
Vraag 36
Dit bord betekent:
  • A. Verbod fietsen en bromfietsen te plaatsen.
  • B. Verbod voor fietsers en bromfietsers stil te staan.
Vraag 37
Dit bord geeft aan:
  • A. Verplichte rijrichting
  • B. Eénrichtingsweg
Vraag 38
Bij naderen van een kruispunt met dit bord:
  • A. Geef je alle verkeer van rechts en links voorrang.
  • B. Geef je kruisende bestuurders voorrang.
Vraag 39
Op het fietspad mag ik met de bromfiets:
  • A. Alleen met uitgeschakelde motor rijden
  • B. Helemaal niet rijden
Vraag 40
Bij een 30-km-zone wordt het bord:
  • A. Na ieder kruispunt binnen de zone herhaald.
  • B. Alleen weer als einde '30-km-zone' geplaatst.
Antwoorden en motivatie vraag 21 tot en met 40
Vraag 21
B. Het remsysteem is niet onderhoudsvrij en moet geregeld gecontroleerd en/of bijgevuld worden.
Vraag 22
A. 95 decibel valt nog net binnen de norm. Het maximum aantal toegestane decibellen is 97.
Vraag 23
A. Een doodlopende weg mag je altijd in rijden, je zal hooguit moeten keren om je weg te kunnen vervolgen.
Vraag 24
B. Een fietsstrook is herkenbaar aan het symbool van een witte fiets op het wegdek. Je moet hier de regels van motorvoertuigen volgen en mag de doorgetrokken markering van de fietsstrook niet overrijden
Vraag 25
B. Een naar links voorgesorteerd voertuig mag je rechts inhalen. Blijf wel letten op de ruimte die je hebt met oog op andere bestuurders.
Vraag 26
B. Een kind onder de 8 jaar dat achterop zit moet voldoende steun hebben voor rug, handen en voeten (kinderzitje).
Vraag 27
B. Vlak voor en op een rotonde mogen bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen anders dan rechts rijden.
Vraag 28
B. Een fiets-suggestie-strook mag je als dit nodig is gebruiken, een fietsstrook in principe niet.
Vraag 29
B. Als de rijbevoegdheid je ontzegd is, mag je gedurende deze periode geen bromfiets rijden.
Vraag 30
B. Bij dag mag je onder geen enkele omstandigheid groot licht voeren.
Vraag 31
A. Dimlicht mag je -om jezelf in het verkeer beter zichtbaar te maken- altijd voeren. Bij slecht zicht overdag en bij nacht is het voeren van dimlicht verplicht.
Vraag 32
B. Bij warmte zet de lucht in de band uit, zodat je de bandenspanning bij voorkeur bij koude banden kunt meten.
Vraag 33
B. Binnen 5 meter van een VOP mag je niet parkeren of stilstaan, daar je anders het zicht rondom het zebrapad belemmert.
(een voetgangersoversteekplaats, afgekort VOP, wordt in het degelijks taalgebruik zebrapad genoemd).
Vraag 34
A. Gelode benzine bevat meer looddeeltjes; dit is slecht voor de mens en het milieu.
Vraag 35
B. Bij een bushalte mag je alleen stoppen voor het onmiddellijk op of af laten stappen van een passagier.
Vraag 36
A. Verbod fietsen en bromfietsen te plaatsen/te stallen. Dus geldt dit ook voor snorfietsen.
Vraag 37
B. Éénrichtingsweg (tevens de verplichte rijrichting). Dit onderscheidt is belangrijk omdat je bij éénrichtingsverkeer in principe geen tegemoetkomende bestuurders hoeft te verwachten. Let wel op onderborden die uitzonderingen aangeven.
Vraag 38
B. Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg. Dus géén verkeer, want dan zou het behalve voor de bestuurders ook voor voetgangers gelden.
Vraag 39
B. Onverplicht fietspad. Hier mag je met de bromfiets niet rijden. Met de snorfiets mocht dit in het verleden wel met uitgeschakelde motor, maar ook dit is niet meer toegestaan.
Vraag 40
B. Begin 30-km-zone. Het bord wordt niet herhaald, zodat je jezelf tijdens het rijden in dit gebied steeds bewust moet blijven van de maximale snelheid van 30 km. Het einde van de zone wordt aangegeven door het bord "einde zone".
Vraag 41 t/m 60Vragen en antwoorden theorie
Vraag 41 Bij een stop van langere duur:
  • A. Zet je de motor uit, starten is slecht voor het milieu.
  • B. Laat je de motor rustig stationair draaien.
Vraag 42 Binnen de bebouwde kom mag je op de rijbaan na het bord einde 30 km-zone:
  • A. 45 km. per uur rijden.
  • B. 30 km. per uur rijden.
Vraag 43 Kinderen spelen op jouw weghelft:
  • A. Je geeft een signaal met claxon of bel.
  • B. Je mag niet zomaar een signaal geven.
Vraag 44 Rode reflectoren staan in de berm:
  • A. Aan de rechterzijde van de weg.
  • B. Aan de linkerzijde van de weg.
Vraag 45 Het verkeerslicht springt op geel, dit betekent:
  • A. Vloeiend doorrijden als dit nog kan.
  • B. Stoppen als dit redelijkerwijs mogelijk is.
Vraag 46 Je blijft naast een andere bromfietser rijden:
  • A. Dit is niet toegestaan.
  • B. Dit mag als je het verkeer niet hindert.
Vraag 47 Je keert met de brommer op de weg, je moet:
  • A. Alle bestuurders voor laten gaan.
  • B. Alle verkeer voor laten gaan.
Vraag 48 Je haalt een fietser in en je houdt een onderlinge afstand aan van:
  • A. Plusminus 60 centimeter.
  • B. Plusminus 1.5 meter.
Vraag 49 Een onverplicht fietspad mag je:
  • A. Met de bromfiets gebruiken met uitgeschakelde motor.
  • B. Met de bromfiets niet gebruiken.
Vraag 50 Je haalt een fietser bij harde wind in op 50 cm. onderlinge afstand:
  • A. Dit is onveilig.
  • B. Dit is veilig.
Vraag 51 Je stopt bij een stopstreep bij een stopbord om een kruisende voetganger voor te laten gaan:
  • A. Dit moet bij een stopbord altijd vóór de stopstreep.
  • B. Deze verplichting geldt alleen voor bestuurders onderling.
Vraag 52 Links voorsorteren op een weg met éénrichtingsverkeer voor alle bestuurders:
  • A. Doe je tegen de wegas.
  • B. Doe je zoveel mogelijk naar links.
Vraag 53 Je rijdt met een snelheid van 35 km. Je volgafstand tot een voorligger is ongeveer:
  • A. 20 meter.
  • B. 10 meter.
Vraag 54 Op een rotonde rijdend mag je:
  • A. Met de bromfiets nooit rechts inhalen.
  • B. Zowel rechts als links inhalen.
Vraag 55 Je rijdt de bebouwde kom uit, je snelheid is maximaal:
  • A. 45 km. per uur.
  • B. 50 km. per uur.
Vraag 56
Bij een bushalte mag je stoppen om:
  • A. De weg te vragen.
  • B. Onmiddellijk passagiers op- en af te laten stappen.
Vraag 57
Bij nadering van dit bord:
  • A. Laat je verkeer uit de tegengestelde richting voor gaan.
  • B. Geef je alleen bestuurders uit tegengestelde richting voorrang.
Vraag 58
Dit bord geldt voor:
  • A. Fietsers, snorfietsers en gehandicaptenvoertuigen.
  • B. Fietsers, bromfietsers en gehandicaptenvoertuigen.
Vraag 59
Voor je dit bord passeert:
  • A. Heb je een snelheid van maximaal 15 km/u aangehouden.
  • B. Rijd je volgens de regels in een 30-km-zone.
Vraag 60
Je rijdt op een voorrangsweg, een tram van rechts:
  • A. Hoef je geen voorrang te verlenen.
  • B. Een tram van rechts laat je altijd voor gaan.
Antwoorden en motivatie vraag 41 tot en met 60
Vraag 41
A. Bij een langere stop (plusminus 1 minuut) zet je de motor af. Start wel rustig op het moment dat je weer door kunt.
Vraag 42
A. De maximum toegestane snelheid voor bromfietsen binnen de bebouwde kom is op de rijbaan 45 km. per uur.
Vraag 43
A. Je mag altijd een signaal geven ter afwending van dreigend gevaar voor jezelf of voor anderen.
Vraag 44
A. Reflectoren laten het verloop van de weg of een bocht zien. Rode reflectoren staan rechts van de rijbaan, witte links.
Als ezelsbruggetje: rode reflectoren lijken op voorliggers (rechts - achterlichten), witte op tegemoet komend verkeer (links - koplampen).
Vraag 45
B. Als het redelijkerwijs mogelijk is moet je stoppen voor een geel (oranje) verkeerslicht, dus geen gas bijgeven.
Vraag 46
A. Alleen fietsers mogen met tweeën naast elkaar rijden als zij het verkeer niet hinderen. Bromfietsers en snorfietsers niet, ook al moeten snorfietsers de regels voor fietsers volgen.
Vraag 47
B. Bij het keren op de rijbaan voer je een bijzondere manoeuvre uit en moet je al het overige verkeer voor laten gaan (dus ook voetgangers).
Vraag 48
B. Een fietser en iedere andere instabiele of kwetsbare weggebruiker haal je op ruime, veilige afstand in.
Vraag 49
B. Een onverplicht fietspad is door fietsers te gebruiken (en eventueel voetgangers). Bromfietsers en snorfietsers mogen het onverplichte fietspad alleen gebruiken als zij met het voertuig aan de hand lopen.
Vraag 50
A. Een onderlinge afstand van 0.50 meter is onveilig. Valt er niet in te halen met een afstand van minimaal één meter, dan blijf je achter de fietser tot er voldoende ruimte is.
Vraag 51
B. Voorrang is geregeld tussen bestuurders onderling. Het voor laten gaan geldt niet voor de kruisende, overstekende voetgangers.
Vraag 52
B. Als het éénrichtingsverkeer voor alle bestuurders geldt, mag je zoveel mogelijk links voorsorteren. Je hoeft in deze situatie geen tegemoet komende bestuurders te verwachten.
Vraag 53
A. Globaal reken je voor jezelf: de rijsnelheid gedeeld door 2 plus 10%. Dit is wel het minimum, een grotere volgafstand kan veiliger zijn.
Vraag 54
B. Vlak voor of op een rotonde mag je anders dan rechts rijden en dus ook rechts inhalen/voorbij gaan. Kijk wel goed uit voor andere bestuurders die de goede rijlijn niet aanhouden of een zijdelingse verplaatsing maken naar een andere rijstrook..
Vraag 55
A. Zowel binnen als buiten de bebouwde kom mag je met de bromfiets -op de rijbaan- maximaal 45 km. per uur rijden.
Vraag 56
B. Bij een bushalteplaats mag je officieel alleen stoppen voor het onmiddellijk op of af laten stappen van een passagier.
Vraag 57
A. Het betreft hier een verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting. Dus ook voetgangers moet je hier voor laten gaan. Het tegemoet komende verkeer treft verkeersbord F6.
Vraag 58
B. Gesloten voor fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen. Snorfietsers volgen de regels van fietsers en vallen hier ook onder, maar hoeven niet apart vermeld te worden.
Vraag 59
A. Einde erf. in een erf geldt een maximum toegestane snelheid van 15 km/u (voorheen stapvoets). Voetgangers mogen een erf over de volle breedte gebruiken, voetgangersvoorzieningen (trottoir, VOP) ontbreken .vandaar extra voorzichtigheid bij het rijden in een erf.
Vraag 60
A. Voorrangsweg. Een tram laat je altijd voor gaan, tenzij verkeersborden of verkeerslichten anders aangeven. Dit is één van de zeldzame situaties waarbij je een tram géén voorrang hoeft te verlenen.
Vraag 61 t/m 80Vragen en antwoorden theorie
Vraag 61 Je bent begonnen met wachten op een trein voor gesloten spoorbomen bij de spoorwegovergang, je moet:
  • A. De motor afzetten.
  • B. De motor rustig stationair laten draaien.
Vraag 62 Als je met de bromfiets de rijbaan moet volgen:
  • A. Pas je voor jezelf de regels van fietsers toe.
  • B. Pas je voor jezelf de regels van motorvoertuigen toe.
Vraag 63 Je snelheidsmeter is stuk, je mag:
  • A. Niet rijden, want je weet de snelheid niet.
  • B. Wel rijden, een snelheidsmeter is niet verplicht.
Vraag 64 De politie voert een alcoholcontrole uit:
  • A. Hieraan moet je medewerking verlenen.
  • B. Je mag medewerking weigeren.
Vraag 65 Je rijdt de bebouwde kom binnen op het fiets-/bromfietspad, je rijdt:
  • A. Maximaal 45 km. per uur.
  • B. Maximaal 30 km. per uur.
Vraag 66 Je rijdt op de fietsstrook, dit:
  • A. Mag alleen binnen de bebouwde kom.
  • B. Mag niet, je volgt de rijbaan.
Vraag 67 Je haalt een voertuig rechts in:
  • A. Dit mag als je voldoende ruimte hebt en dit veilig kan doen.
  • B. Dit mag als de andere bestuurder voorgesorteerd heeft.
Vraag 68 Je veroorzaakt met je bromfiets schade aan een ander voertuig:
  • A. Dit wordt gedekt door de WA-verzekering.
  • B. Dit is het eigen risico.
Vraag 69 Lopend met de bromfiets in de hand:
  • A. Blijf je wettelijk een bestuurder van de bromfiets.
  • B. Ben je volgens de regels voetganger.
Vraag 70 Je rijdt bij nacht, binnen de bebouwde kom met groot licht:
  • A. Dit mag alleen buiten de bebouwde kom.
  • B. Dit mag als je het andere verkeer niet hindert.
Vraag 71 Je bromfiets parkeer je:
  • A. Indien aanwezig in een parkeervak.
  • B. Op de stoep of in de berm.
Vraag 72 Een kind op skeelers dat rijdt op de rijbaan:
  • A. Wordt omdat hij of zij op skeelers rijdt een bestuurder.
  • B. Moet je benaderen als een voetganger.
Vraag 73 Een voetganger bij een zebrapad/VOP moet je:
  • A. Altijd voor laten gaan, dat is de regel.
  • B. Alleen voor laten gaan als deze te kennen geeft over te willen steken.
Vraag 74 Je bromfiets parkeer je op het trottoir bij een gele doorgetrokken streep:
  • A. Dit mag, want de belijning geldt voor bestuurders op de rijbaan.
  • B. Dit mag niet, want bij de gele belijning mag je niet parkeren.
Vraag 75 De belangrijkste rem op de bromfiets is:
  • A. De voorrem.
  • B. De voorrem en achterrem zijn even belangrijk.
Vraag 76 De chauffeur van de autobus geeft op de halte aan weg te willen rijden:
  • A. Je laat een autobus binnen de bebouwde kom voor gaan.
  • B. Je laat de autobus binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom voor gaan.
Vraag 77 Als je een inrit in rijdt, of een uitrit uit rijdt:
  • A. Laat je alle verkeer voor gaan.
  • B. Laat je alle bestuurders voor gaan.
Vraag 78 Jij wilt recht door, een tegemoetkomende, afslaande tram moet je:
  • A. Voor laten gaan, want het is een tram.
  • B. Niet voor laten gaan, want rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor.
Vraag 79 Een verkeersbrigadier geeft een stopteken:
  • A. Dit teken moet je opvolgen, ook al is het geen politie.
  • B. Het stopteken hoef je niet te volgen, het is geen politie.
Vraag 80 Je rijbewijs wordt ingevorderd bij een snelheidsovertreding van:
  • A. Meer dan 25 km/u.
  • B. Meer dan 30 km/u.
Antwoorden en motivatie vraag 61 tot en met 80
Vraag 61
A. Als je een langere stop vermoedt, (meer dan plusminus 1 minuut) zet je de motor af, dit is minder belastend voor het milieu.
Vraag 62
B. Je blijft een bestuurder van een bromfiets, maar volgt de (voorrang)regels zoals die gelden voor een motorvoertuig.
Vraag 63
A + B. In enkele gevallen zouden beide antwoorden goed kunnen zijn. Bromfietsen die in gebruik zijn genomen na 31 december 2006 moeten zijn voorzien van een goed werkende snelheidsmeter. Indien eerder in gebruik genomen, hoeft het niet, maar mag je de maximumsnelheid niet overschrijden. Dit is dan je eigen risico.
Vraag 64
A. Aan een alcoholcontrole moet je altijd je medewerking verlenen; ook als je niet gedronken hebt.
Vraag 65
B. De maximum toegestane snelheid voor bromfietsen op de weg, binnen de bebouwde kom op een fiets-/bromfietspad is 30 km. per uur.
Vraag 66
B. Fietsers en snorfietsers mogen de fietsstrook volgen, bromfietsers niet, zij volgen de rijbaan
Vraag 67
B. Rechts inhalen/voorbij gaan mag als de andere bestuurder naar links voorgesorteerd heeft en te kennen heeft gegeven af te willen slaan.
Vraag 68
A. Een WA-verzekering (wettelijke aansprakelijkheidsverzekering) is verplicht, en bedoeld om schade berokkend aan derden (anderen) te vergoeden.
Vraag 69
B. Met een bromfiets aan de hand ben je voetganger, je moet nu ook de regels voor voetgangers volgen.
Vraag 70
B. Bij nacht mag je altijd groot licht voeren, zo lang je andere weggebruikers maar niet hindert of verblindt. Op de dag mag je nooit groot licht voeren.
Vraag 71
B. Parkeren in parkeervakken is niet voor bromfietsers bedoeld. Je plaatst je bromfiets op het trottoir, het voetpad, de berm of een andere aangegeven plaats.
Vraag 72
B. Een kind dat 'speelt' op de rijbaan blijft een voetganger. Let wel op onvoorspelbaar en speels gedrag van kinderen en het feit dat ze de verkeersregels mogelijk niet kennen.
Vraag 73
A. Een voetganger die op een VOP wil oversteken moet je altijd voor laten gaan, zonder dat de voetganger hier aan hoeft te twijfelen.
Vraag 74
A. Bestuurders op de rijbaan mogen hier niet parkeren of stilstaan. De regel geldt niet voor het trottoir.
Vraag 75
A. De voorrem zorgt voor ongeveer 2/3 van het remvermogen.
Vraag 76
A. Het voor laten gaan geldt alleen binnen de bebouwde kom, als de buschauffeur door middel van de richtingaanwijzer aan heeft gegeven van de halte weg te willen rijden. Let ook op instappende en uitstappende passagiers rondom de bus.
Vraag 77
A. Bij het inrijden van een inrit of het uitrijden van een uitrit, geldt de verplichting al het overige verkeer (dus ook voetgangers) voor te laten gaan.
Vraag 78
A. Tenzij anders geregeld door verkeersborden of verkeerslichten, laat je een tram altijd voor gaan.
Vraag 79
A. Meestal zal je 'klaarovers' of verkeersbrigadiers tegen komen bij scholen en drukke kruispunten rond in- en uitgaan van scholen. Aanwijzingen door hen gegeven moet je opvolgen.
Vraag 80
B. Op de bromfiets geldt dat bij 30 kilometer per uur of meer te hard rijden dat je rijbewijs ingevorderd kan worden.

Het theorie examen

Zoals al aangehaald, mag je vanaf 15,5 jaar theorie-examen voor het rijbewijs-AM doen. Vanaf de dag dat je 16 bent geworden mag je rijlessen volgen en praktijkexamen doen.
Ben je voor het praktijk-examen geslaagd, dan mag je op een brom- of snorfiets rijden. Een bromfietsrijbewijs is verplicht, maar is niet nodig als je al een autorijbewijs (B) of motorrijbewijs (A) hebt gehaald.

Het officiële theorie examen bij het CBR bestaat uit drie onderdelen:
  • Een onderdeel over gevaarherkenning (25 vragen).
  • Een onderdeel over verkeersregels (30 vragen).
  • Een onderdeel over verkeersinzicht / risico's (10 vragen).

Je slaagt voor het theorie-examen als:
  • Je tenminste 13 vragen goed hebt (van de 25) van het onderdeel gevaarherkenning.
  • Je tenminste 35 vragen goed hebt (van de 40) van de onderdelen verkeersregels en verkeersinzicht.

Lees verder

© 2007 - 2017 Jvd, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Informatie over het bromfietsrijbewijs (AM)Informatie over het bromfietsrijbewijs (AM)Wie nu nog een bromfietscertificaat heeft, kan dit omwisselen in een bromfietsrijbewijs (AM). Vanaf 1 oktober 2009 geldt…
Het nieuwe bromfietsrijbewijs 2010: ook praktijkexamen doenHet nieuwe bromfietsrijbewijs 2010: ook praktijkexamen doenHet nieuwe bromfietsrijbewijs 2010 schrijft voor dat mensen ook praktijkexamen moeten doen om op een bromfiets, snorfiet…
Auto theorie examen: tips and tricksAuto theorie examen: tips and tricksWanneer je je autorijbewijs wilt behalen zal je moeten slagen voor het praktijk examen en het theorie examen. In dit art…
Theorie-examen online oefenen: de beste websites op een rijTheorie-examen online oefenen: de beste websites op een rijWie binnenkort het theorie-examen voor zijn of haar rijbewijs moet afleggen, kan daar op verschillende manieren voor oef…
Soorten rijbewijzenVoor het besturen van een voertuig heb je altijd een rijbewijs nodig. Dit kan dus een rijbewijs zijn voor het besturen v…
Bronnen en referenties
  • Autorij-instructie.nl
  • RVV 1990

Reageer op het artikel "80 theorie-vragen voor je rijbewijs: bromfiets en snorfiets"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Reacties

Alsem, 29-06-2009 17:49 #5
Goede testen zijn dit zeg! Ik ga ze nog eff goed leren, over 2 dagen examen, dan zie ik op het zijn vruchten afgeworpen heeft :P Reactie infoteur, 29-06-2009
Beste Alsem,

Bedankt voor je positieve reactie.
Succes met je examen… en

misschien is de gevaarherkenning nog wat voor je;

http://auto-en-vervoer.infonu.nl/verkeer/14101-gevaarherkenning-verkeerstheorie-1-maart-2009.html

http://auto-en-vervoer.infonu.nl/verkeer/36095-verkeersborden-en-verkeersinzicht-gevaarherkenning.html

http://auto-en-vervoer.infonu.nl/verkeer/21588-verkeersborden-nederland-plus-gevaarherkenning.html

Mvg - Sjaak

Bart Dommisse, 15-10-2008 15:20 #4
Mooi nu weet ik dat ik nog ff door moet kijken denk dat dit me goed geholpen heeft ^^

Sjon, 14-04-2008 15:32 #3
Dit is het beste wat ik tot nu toe heb gehad, goede vragen en goede uitleg. Wat wil je nog meer :-) Bedankt mensen. Reactie infoteur, 14-04-2008
Dank je Sjon, goed om te lezen.

Mvg - Sjaak

Christy, 17-03-2008 16:59 #2
Hartstikke handig zeg, dit artikel, duidelijk op een rijtje, bedankt :-) Reactie infoteur, 17-03-2008
Leuk om te horen Christy, ik hoop dat je er wat aan hebt!

Mvg - Sjaak

Hoi, 11-09-2007 22:12 #1
Bord F5 (vraag 7) betekent alle BESTUURDERS, niet alle verkeer! Reactie infoteur, 12-09-2007
Ik moet je teleurstellen, de letterlijke omschrijving is:
Verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting.

Infoteur: Jvd
Laatste update: 11-07-2016
Gepubliceerd: 11-09-2007
Rubriek: Auto en Vervoer
Subrubriek: Tweewieler
Special: Theorie Test Bromfiets
Bronnen en referenties: 2
Reacties: 5
Schrijf mee!