Kruispunt en Verkeer

Kruispunt - Herkennen - Taakprocessen

Kruispunt - Herkennen - Taakprocessen

Kruispunten – Naderen – Kijken. Een kruispunt = een kruising of splitsing van wegen. Een eenvoudige omschrijving voor een deel van de wegstructuur waarbij –veelal- complexe verkeersafhandelingen kunnen plaatsvinden. In dit artikel vind je de benoeming van verschillende kruispunten, de aandachtspunten, het kijken en handelen, alsook de vijf taakprocessen, aan de hand waarvan je beslissingen neemt bij deelname aan het verkeer.


Kruispunten

Ruim van tevoren word je geacht een kruispunt te herkennen. Bij het onderkennen en herkennen van kruispunten valt te denken aan:

Gelijkwaardige kruispunten: daar waar bestuurders van rechts voorrang dienen te krijgen


Gevaarlijk kruispunt: kruispunt dat gelegen is op een punt, waar je veelal slecht zicht hebt op kruisende bestuurders, maar met name van rechts. Extra voorzichtigheid is vereist!


Kruispunten waar een goede doorstroming gewenst is of gecompliceerde kruispunten: brede kruispunten met middenberm of iets dergelijks, waarbij je het voertuig veelal op het midden van het kruispunt kunt opstellen, om deze zodoende stap voor stap over te kunnen rijden. Meestal zijn dit dan ook voorrangswegen, of....





Voorrangskruispunten: waarbij je -afhankelijk van de richting van aan komen rijden- kruisende bestuurders voorrang moet verlenen, of voorrang moet krijgen. Vaak tref je hierbij ook naastgelegen fietspaden aan


Kruispunten geregeld met verkeerslichten: hierbij betekent ROOD: stop, GEEL: voor bestuurders die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan, GROEN: doorgaan. Er wordt over doorgaan gesproken in plaats van rijden, omdat het niet alleen voertuigen betreft waar dit voor geldt. Indien de verkeerslichten niet werken, gelden de verkeersregels die ter plaatse door verkeerstekens aangegeven zijn

Kruispunt van verharde met onverharde wegen: hierbij moet je het kruispunt -als je op de onverharde weg rijdt- benaderen alsof je een voorrangskruispunt nadert. Kruisende bestuurders moet je voorrang verlenen of voor laten gaan. Bij rechtdoor rijden -afslaande tegemoetkomende bestuurders- niet. Dan geldt namelijk: rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor.


Kruispunt bij afbuigende voorrang: als je de weg in de voorrang volgt, geldt dit verkeerstechnisch als rechtdoor. Wel is het aan te raden om zowel in, als uit de voorrang richting aan te geven, om duidelijkheid te verschaffen over de te volgen rijrichting en zodoende anderen niet onnodig op het kruispunt te laten wachten.


In- en uitritten: dit zijn officieel geen kruispunten, maar zowel bij het in- als het uitrijden moet je al het overige verkeer (inclusief voetgangers) voor laten gaan. Het verdient tevens de voorkeur bestuurders die uit de inrit komen voor te laten gaan. Zij rijden meestal op een smallere weg en hebben derhalve minder ruimte te manoeuvreren. Helaas is de aanleg of bestrating bij in- en uitritten lang niet altijd op een zelfde wijze uitgevoerd en dus verwarrend om te beoordelen.


Een uitrit herken je doorgaans aan de doorlopende bestrating van het trottoir en de trottoirband, maar kan ook een afwijkende betrating zijn van die op de rest van het kruispunt. Verwar dit niet met asfalt ten opzichte van straatklinkers. Dit verschil in bestrating zegt in principe niets over de geregelde voorrang. Nader –hoe dan ook- voorzichtig en let goed op.


Kruising met een spoorweg of rail: hierbij kruis je rails (trein of tram). Merk tijdig de signalen op, laat de rail uiteraard vrij en rijdt pas over zodra dit in één keer kan.

Vijf taakprocessen

In verkeerssituaties en dus ook bij nadering van een kruispunt ga je uit van de zogenaamde vijf taakprocessen, aan de hand waarvan je uiteindelijk handelt. Deze zijn:
  • Waarnemen: door gebruik van je zintuigen komt er veel informatie op je af, waaruit je de informatie moet filteren, die voor jou in de bewuste situatie belangrijk is. Hierbij is verkeersinzicht en kennis van de verkeersregels noodzakelijk.
  • Voorspellen: aan de hand van de binnengekomen informatie voorspel je wat er zou kunnen gebeuren, zowel ten aanzien van je eigen gedrag, als die van de andere weggebruikers
  • Evalueren: ga na of zaken als, veiligheid, doorstroming, milieu niet worden geschaad als jouw voorspelling uitkomt
  • Beslissen: beslis –na bovenstaande taken doorlopen te hebben- wat je gaat doen
  • Handelen: voer uit waartoe je besloten hebt.
Kun je door een -zich wijzigende- situatie niet handelen, dan begint het hele taakproces weer van voor af aan, totdat je veilig je weg kunt vervolgen.

Herkennen kruispunt

Zoals gezegd moet je een kruispunt (of rotonde) reeds vroegtijdig herkennen en bepalen met wat voor kruispunt je te doen hebt (gelijkwaardig, voorrang etc.). Is het niet direct duidelijk of je een kruispunt nadert, dan kun je dit –ver vooruitkijkend- vermoeden/voorspellen door bijvoorbeeld onderbroken bebouwing, de afwezigheid van geparkeerde voertuigen, anders geplaatste straatverlichting, onderbreking van een bomenrij etc. Nader het kruispunt met gepaste snelheid (meestal de 2de versnelling), zodat je goed en rustig op de situatie kunt inspelen. Je naderingssnelheid is natuurlijk mede afhankelijk van de breedte/ruimte van de weg, verkeersdrukte, fietspaden, V.O.P.’s (zebra’s) en dergelijke.
Ken de regels van voorrang/voor laten gaan en handel hier na. Denk er aan dat je voorrang altijd moet krijgen en nooit mag nemen!

Naderen kruispunt

Bij het naderen van een kruispunt of rotonde zijn een aantal aandachtspunten gelijk, ongeacht de keuze voor afslaan of rechtdoor gaan, deze zijn:
  1. beoordeel het kruispunt ruim van te voren. Weet hoe de voorrang geregeld is!
  2. kijk goed in je spiegels en wees je bewust van de situatie vóór, naast en achter de auto
  3. sorteer indien nodig voor of kies de juiste rijstrook bij aan komen rijden
  4. nader kruispunten (en rotonde's) met geringe snelheid. Meestal de 2de versnelling

Verder geldt:
Bij recht door gaan:
  1. op enige afstand kijk je voor je (het kruispunt over), links (het eerst mogelijke gevaar), recht voor je en vervolgens rechts
  2. bij verdere nadering herhaal je punt 1 nogmaals
  3. bij oprijden en oversteken herhaal je punt 1 weer, maar dan stap voor stap, totdat je het kruispunt veilig over gereden bent
  4. ben je het kruispunt overgestoken, dan doe je een na-controle in je spiegels, zodat je op de hoogte bent van de nieuwe verkeersomstandigheden waarin je jezelf bevindt

Denk er aan dat je bij het overrijden van een kruispunt andere verkeersstromen niet mag hinderen en het kruispunt niet mag blokkeren; je moet dus in één keer het kruispunt over kunnen rijden. Dit laatste geldt niet wanneer er een middenberm (of iets dergelijks) is waar je de auto veilig kunt opstellen.

Bij rechts af slaan:
  1. kijk ruim voor de bocht reeds rechts naast de auto ('dode hoek') en let ook op naastgelegen fietspaden
  2. let ook op of tegemoet komend verkeer en verkeer van links juist handelt
  3. kijk vóór je afslaat nogmaals over je rechter schouder en blijf (al rond kijkend) op het overige verkeer letten. Kijk de bocht door in de richting waar je naartoe wilt/denkt te gaan, zodat je een juiste positie/rijstrook kiest.
  4. herhaal punt 3 zonodig nogmaals, totdat je overtuigd bent dat je veilig door kunt
  5. na de bocht na-controle in je spiegels, je bevindt je immers weer in een nieuwe verkeerssituatie

Bij links afslaan:
  1. ingeval van voorsorteren, let op verkeer rechts en links naast je of achter je
  2. recht doorgaand verkeer en verkeer van rechts voorrang verlenen/voor laten gaan als de situatie dit vereist.
  3. nogmaals punt 1 vóór het aansnijden van de bocht en kijk de bocht ook hier door voor de juiste positie/rijstrook.
  4. na het afslaan na-controle in je spiegels met oog op veranderde verkeerssituatie

Let wel: bij links af slaan: korte bocht gaat voor lange bocht (als je de bocht links indraait, bevindt de andere bestuurder zich in feite rechts van je)

Let wel: recht doorgaand verkeer op dezelfde weg gaat vóór afslaand verkeer (denk ook aan voetgangers)

Let ook op: zwakkere weggebruikers zoals: voetgangers, gehandicapten, fietsers, snor- en bromfietsers, maar ook motorrijders, deze zijn kwetsbaar of instabiel (b.v. bij harde wind)

Meer informatie op:

verkeer en weginrichting

Voor meer artikelen....zie

Verkeerstips en Autorijles
© 2007 - 2008 Jvd, gepubliceerd in Diversen (Auto en Vervoer) op 30-06-2007, laatst gewijzigd op 14-07-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Jvd is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Gerelateerde link

Autorij-instructie.

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Pré-B Autorij-instructie

Reageer op het artikel "Kruispunt - Herkennen - Taakprocessen"


Door Chancy op 30-05-2008

Het dringt mij niet echt door wat voorruit kijken is. Ik ben daardoor 2 keer gezakt. Wil heel graag mijn rijbewijs en ben ook niet echt heel jong. Ik ben al bijna 43. Zou u aub. iets meer willen vertellen. Mvg, Radha Chancy Reactie infoteur op 31-05-2008:Beste Chancy,

Lees het artikel over het kijkgedrag in de lesauto even door. Heb je nadien nog vragen, dan kun je deze altijd stellen.

http://auto-en-vervoer.infonu.nl/diversen/16378-kijkgedrag-in-de-lesauto.html

Mvg - Sjaak

Door Niene op 25-09-2007

Bij een T-splitsing waarbij je van rechts van een straat met klinkers maar met afrit afkomt (dit is geen uitrit van bijv. een woning) en van links naar rechts (gezien vanuit de bestuurder die van de klinkers af komt) een weg met asfalt. Wie heeft er in deze voorrang? Reactie infoteur op 25-09-2007:Beste Niene,

Een T-splitsing wijkt in de benadering niet af van andere kruispunten.

Kom je -zoals in je voorbeeld- aanrijden en is er géén sprake van een in/uitritconstructie en zijn er géén verkeerstekens (borden) die de voorrang regelen, dan hebben bestuurders van rechts gewoon voorrang. Het gebruik van klinkers of asfalt heeft géén invloed op de voorrangsregel.

De verhoging van de klinkers die jij (mogelijk) bedoelt hebben ook geen invloed op de voorrangsregel. Deze hebben tot doel om het kruispunt beter herkenbaar/eerder zichtbaar te maken en de snelheid er bij de naderende voertuigen uit te halen, hetgeen de veiligheid verhoogt.

Dus: géén uit/inrit, géén borden/haaientanden:
bestuurders van rechts voorrang!