Boten en Zeevaart

De Cutty Sark, als eerste...de anderen? nergens!

De Cutty Sark, als eerste...de anderen? nergens!

De Cutty Sark was de laatste grote clipper die speciaal als koopvaardijschip werd gebouwd. Ze stamt uit 1869. Stoomschepen, konden gebruik maken van het toen nieuwe Suezkanaal en hoewel ze wat langzamer waren, konden ze hun ladingen met veel grotere zekerheid op de afgesproken termijnen aanleveren. Vooral dat laatste maakten de grote zeilschepen uiteindelijk overbodig. Na vele omzwervingen en een periode als trainingsschip ligt de Cutty Sark sinds 1954 in een droogdok bij Greenwich bij Londen.


Naamgeving

De naam "Cutty Sark" is Schots voor een soort ondergoed (kort hemd) en was de bijnaam van een fictief persoon die, net als het boegbeeld, Nannie heette. Deze Nannie werd beschreven in een gedicht uit 1791 door Robert Burns. Hierin bespiedt Tam O'Shanter rond middernacht een groepje heksen die een dans over zwarte magie houden. Hierin draagt heks Nannie een "cutty sark" die ze als kind had gekregen. Natuurlijk was die nu veel te klein voor haar en dat gaf haar bewegingen een erotisch tintje. Tam wordt echter ontdekt en probeert te paard te ontsnappen. Nannie haalt hem in en grijpt het paard bij de staart. Het grenenhouten boegbeeld laat heks Nannie met uitgestrekte hand een staart vasthouden.

Bouw

De Cutty Sark werd in 1869 ontworpen door Hercules Linton van de firma Scott and Linton ten behoeve van de theehandel op China. Ze werd gebouwd in het Schotse Dumbarton in opdracht van Kapitein John Willis en kostte 16150 pond Sterling. Ze werd gebouwd door William Denny and Brothers en op 22 november 1869, door Mevr. Moody tot "Cutty Sark" gedoopt, te water gelaten.

Race

In die dagen konden schepen die het eerst uit China terugkeerden met een lading thee rekenen op enorme winsten. De meest bekende race was die tegen de "Thermopylae" in 1872 welke de "Cutty Sark" helaas verloor. Beide schepen vertrokken op 18 juni uit Shanghai doch de "Cutty Sark" verloor in een hevige storm haar roer in de Straat van Soenda en kwam op 18 oktober, een week later dan de "Thermopylae", in London aan. Toch had de kapitein een prachtige prestatie geleverd, want in plaats van een haven aan te doen zette hij de race voort met een geimproviseerd roer.

Andere eigenaars

Van 1878 tot 1883 zat de "Cutty Sark" in de wilde vaart, het vervoeren van de meeste vreemde goederen naar de meest afgelegen plaatsen.

In 1895 werd het Portugese Ferreira de nieuwe eigenaar en de naam "Cutty Sark" veranderde mee in "Ferreira". Toch bleef de bemanning haar "Pequena Camisola" noemen, wat zoveel als "Klein Hemd" betekende, een regelrechte verwijzing naar het oorspronkelijke "Cutty Sark".

Na in 1916 in Kaap de Goede Hoop te zijn omgebouwd tot bark werd ze herdoopt tot "Maria do Amparo". Toen Kapitein Wilfred Dowman het schip in 1922 kocht bracht hij haar terug in oorspronkelijke staat en deed er trainingen mee. Vandaag de dag valt ze onder de "Cutty Sark Trust".

Museum

In het speciaal voor haar gebouwde droogdok in Greenwich bij Londen doet ze nu dienst als museumschip en toeristische trekpleister. De "Cutty Sark Trust" is belast met het behoud van het schip ze dat een hoge plaatst op de monumentenlijst gekregen.

Brand

Op 21 mei 2007 was de "Cutty Sark" gesloten en deels ontmanteld in verband met een grote restauratie. Hiertoe waren de masten en zo ongeveer de helft van al de beplanking reeds verwijderd.

Op het moment dat de brandweer arriveerde stond ze al een tijdje in brand en het duurde nog enige uren voor het teken "brand-meester" gegeven kon worden. Het grootste deel van het nog aanwezige hout van de romp was verloren gegaan en men vreest grote schade aan het ijzeren geraamte waaruit de romp is opgebouwd.

Restauratie gaat door

Een nauwkeurigere inspectie liet echter zien dat het schip niet als verloren hoeft te worden beschouwd. De brand heeft voornamelijk in het centrale deel van de romp gewoed en heeft de boeg en achtersteven relatief ongemoeid gelaten. Wel komen er extra kosten bovenop de toch al hoge restauratieprijs; totaal nu zo'n 30-35 miljoen pond (45-53 miljoen Euro).

Verschillende ideeen

Voor de grote brand heeft men het idee opgevat om het hele schip zo'n drie meter hoger in het dok te plaatsen. Dan is het mogelijk om onder het schip een exporuimte te bouwen waar men onder andere kan zien hoe het schip geconstrueerd werd. Tegelijkertijd is het ook mogelijk om de onderzijde van de "Cutty Sark" te bewonderen. Andere spelen met de gedachte om het schip weer zeewaardig te maken zodat ze kan uitvaren en/of voor trainingen dienen. Welke kant het op zal gaan is nog niet bekend, maar voor beide opties is een subsidieaanvraag ingediend.

Laatste drie

De "Cutty Sark" is een van de laatste van drie overgebleven zeilschepen van deze klasse met een metalen frame met daaroverheen houten beplanking. Er wordt gezegd dat ze sneller was dan elk ander schip van gelijke grootte. Vooral in de wolhandel onder Kapitein Richard Woodget deed ze het goed: Australie-Engeland in 67 dagen. Haar beste prestatie was 360 zeemijl in 24 uur (666 km in 24 uur; gemiddeld 15 knopen of bijna 28 km/uur). Keer op keer versloeg de "Cutty Sark" haar oude vijand de "Thermopylae".

Haar totale lengte is 65 meter bij een maximale breedte van slechts 10,95 meter. De normale diepgang (afhankelijk van de lading) is 6 meter en onder de waterlijn is de romp geheel bekleed met koperen beslag om aangroei van zeewier en mossels te voorkomen. Ze heeft drie, vierkant getuigde masten waarvan de hoofdmast een hoogte van 45,5 meter heeft. Het zeiloppervlak van 3045 vierkante meter was het grootste van alle schepen op de Chinavaart.
© 2007 - 2009 Possum, gepubliceerd in Boten (Auto en Vervoer) op 05-11-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Possum is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "De Cutty Sark, als eerste...de anderen? nergens!"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.