Historie en Alfa

De historie van Alfa Romeo

De historie van Alfa Romeo

De sportieve auto's van Alfa Romeo spreken veel mensen aan. Het Italiaanse merk oogst lof vanwege de rijeigenschappen van haar auto's en de sierlijke, sportieve vormgeving. De laatste jaren heeft Alfa veel nieuwe modellen geintroduceerd en gaat het goed met de fabrikant. Maar Alfa Romeo kent een lange historie met veel ups, maar ook downs.


1910-1920: het begin.

Alfa Romeo begon in 1910 met het bouwen van auto's, in eerste instantie voor de racerij. Door het uitbreken van de 1e wereldoorlog lag de onderneming van 1915 tot 1919 vrijwel stil. Oprichter Ugo Stella kreeg wel al in 1915 steun van Nicola Romeo. Hoewel het logo in de loop der jaren diverse metamorfoses heeft ondergaan, blijven twee elementen centraal staan: het kruis en de slang. Het kruis is gebaseerd op het kruis dat de Milanees Giovanni da Rho op de stadsmuren van Jeruzalem plaatste. De naam "Alfa" heeft niet slechts een symbolische betekenis. Alfa staat voor "Anonima Lombarda Fabbrica Automobili". Maar ook de samentrekking Alfa is bewust gekozen: Alfa is de eerste letter van het Romeinse alfabet en staat symbool voor een nieuw begin. In 1920 produceerde Alfa Romeo voor het eerst een auto met hun merklogo: de Alfa Romeo Torpedo 20-30 HP. De eerste auto ooit van de Italianen was de 24 HP, gebouwd in 1911. Alfa Romeo was in eerste instantie opgericht voor de racerij. Het merk bouwde auto's voor mensen met veel geld, die graag op het circuit vertoefden. Een sleutelfiguur in de historie van het merk is Giuseppe Merosi, die van 1910 tot 1924 verwantwoordelijk was voor het ontwerpen van de auto's en dus ook verantwoordelijk was voor de lancering en commercialisering van het merk Alfa Romeo.

Roerige tijden in jaren ‘20

In 1923 verscheen voor het eerst de "Quadrifoglio", het klavertje vier, op een auto van Alfa Romeo. De Quadrifoglio was het symbool van Alfa's raceteam. Rond deze tijd werd ontwerper Vittorio Jano door Enzo Ferrari bij Fiat weggehaald om te gaan werken voor Alfa Romeo. Jano ontwierp in 1924 de P2, tot op de dag van vandaag één van de meest succesvolle en roemruchte raceauto's aller tijden. Toch kende de onderneming moeilijke tijden. Door toedoen van grootaandeelhouder Banca Italiana di Sconto geen Alfa Romeo bijna failliet. In 1928 besloot Nicola Romeo de onderneming te verlaten. Zijn beslissing viel vrijwel gelijk met wat als de redding van Alfa Romeo bestempeld kon worden: de introductie van zescilindermotoren. Alfa kon nog teren op wereldwijd vergaarde roem en kon zelfs overgaan tot massaproductie. De zescilindermodellen werden een statussymbool. Het ging zelfs zo goed met Alfa Romeo eind jaren '20, dat zij een speciaal team oprichtten: Scuderia Ferrari.

Prioriteit bij massaproductie.

Eind 1932 werd Alfa Romeo overgenomen door het Instituut voor Industriële Wederopbouw. Het zou de laatste eigenaar zijn voordat het huidige moederbedrijf Fiat Alfa Romeo overnam. Vanaf deze overname was Alfa Romeo niet meer onder eigen naam op de circuits te vinden. Raceactiviteiten vonden plaats onder de naam van Scuderia Ferrari. Tegelijkertijd begon het bedrijf onder leiding van Ugo Gobbato zich toe te spitsen op massaproductie van personenauto's, maar ook vrachtwagens en bussen werden in het programma opgenomen. Dit had tot gevolg dat eind jaren '30 Alfa Romeo vooral op financieel gebied opbloeide. Ondertussen boekte coureur Tazio Nuvolari onder naam van Scuderia Ferrari vele racesuccessen.

De periode van de Tweede Wereldoorlog was zwaar voor Alfa Romeo. Niet alleen ontstonden er veel organisatorische en logistieke problemen, ook werden de fabrieken tot driemaal toe gebombardeerd. Het laatste bombardement zorgde voor een haast volledige stopzetting van de activiteiten. In 1945 werd het werk weer kleinschalig hervat en Alfa groeide binnen enkele jaren weer uit tot groot bedrijf. Eind jaren '40 en begin jaren '50 produceerde Alfa Romeo een aantal memorabele modellen, waaronder de 6C en 158. Op het circuit keerde Alfa Romeo onder eigen naam terug en domineerde de racerij met legendarische namen als Nino Farina en Juan Manuel Fangio. In de Jaren '50 en '60 ging Alfa Romeo door met het ontwikkelen van massaproductie en rolden de eerste auto's van de lopende band. Fabrieksmassaproductie aan de lopende band was een feit. De jaren '50 - '60 werden gekenmerkt door iconische modellen als de 1900 en Giulietta ontworpen door Orazio Satta.

Sportieve modellen en terugkeer in racerij.

Begin jaren '60 besloot Alfa om te stopen met de bouw van grote sedans en zich toe te leggen op de productie van de Giulietta reeks, waarvan diverse varianten op de markt kwamen. Zagato bemoeide zich hier en daar met het design. In 1963 werd een nieuwe fabriek geopend waarin de Giulia als eerste werd geproduceerd. Later zouden er van dit model meer dan 1 miljoen exemplaren worden gemaakt, in verschillende versies. In 1964 richtte Alfa Autodelta op, wat zich specialiseerde in het ombouwen van straatauto's naar auto's voor circuitgebruik. Zo kon Alfa Romeo haar positie verstevigen: van de race-auto's waren immers ook straatversies. Het bleek een goede stap van de Italianen. In 1965 kreeg er voor het eerst een Alfa het predikaat "GTA" mee (Gran Turismo Allegerita). Tegenwoordig dragen de meest sportieve versies van Alfa Romeo nog steeds de toevoeging "GTA". De Alfa Romeo Spider kreeg een opvolger die werd getekend door Pininfarina: de Duetto. Autodelta leverde in 1970 de 3.0 liter V8 motoren voor het McLaren formule 1 team.

Jaren ‘70: moeilijke financiële tijden.

In de jaren '70 kende Alfa Romeo moeilijke tijden. Het merk had te lijden onder de oliecrisis en had niet de middelen om tegemoet te komen aan de vraag van de consument. De meest memorabele gebeurtenissen in de jaren '70 gebeurde bij Alfa in de racerij, waar de goede prestaties van de voorgaande jaren werden doorgezet, onder andere met Nikki Lauda, die uitkwam voor de door Alfa ondersteunde teams van Ferrari en Brabham. Desondanks betekende deze moeilijke jaren wel de komst van de indrukwekkende Montreal en Alfa's eerste compacte auto (en de eerste met voorwielaandrijving) de Alfasud. In 1978 werd Ettore Masaccesi aangesteld als directeur met de missie om een herstructurering door te voeren. Alfa Romeo werd nog gerund aan de hand van de structuur die Ugo Gobatto in de jaren '30 had geïntroduceerd. Het doel was om de onderneming aan te passen aan de nieuwe economische omstandigheden en de marktsituatie van dat moment.

Jaren ‘80: resultaten laten op zich wachten.

Deze herstructureringen hadden in de jaren '80 tot verbeteringen moeten leiden, maar die lieten nog even op zich wachten. In 1986 werd Alfa Romeo verkocht aan de FIAT Groep, die het merk samen met Lancia in een nieuwe onderneming samenvoegde: Alfa Lancia S.p.A. De echte progressie kwam pas een decennium later maar reeds in 1983 zag de Alfa 33 het levenslicht. De 33 zou het tot ver in de jaren '90 goed gaan doen en is ook nog tot op de dag van vandaag een bekende verschijning op de weg en op het circuit.

Jaren ‘90: de grote ommekeer.

Eind jaren '90 kwam dan eindelijk de door Alfa Romeo langverwachte sprong. 1997 was het jaar van de introductie van de Alfa Romeo 156. Zijn voorganger, de 155 werd begin en midden jaren '90 redelijk goed verkocht maar de 156 zorgde ervoor dat Alfa Romeo Europees weer écht ging meetellen. De auto werd door pers en publiek unaniem met veel euforie onthaald. De 156 kwam voort uit de pen van Walter de Silva die later naar de Audi groep vertrok. De Alfa Romeo 156 werd auto van het jaar 1998 en won daarmee de meest prestigieuze titel die er voor een auto te winnen valt. Inmiddels is de algemene consensus dat de 156 zal gaan uitgroeien tot een collectoritem. In de jaren '90 kenmerkt Alfa Romeo zich door een enorme expansiedrift. Niet alleen de succesvolle 156 debuteert, ook modellen in andere klasses volgen elkaar in rap tempo op.

Een nieuw millennium: een gezond Alfa Romeo.

In het nieuwe millennium werd de goede lijn die in de jaren '90 werd ingezet, doorgetrokken. De 147 loste de 146 af en werd meteen een succes. In 2000 werd hij geïntroduceerd en in 2001 pakte na de 156 ditmaal wederom een Alfa Romeo, de 147, de titel "Auto van het jaar". 2001 betekent ook de terugkeer van GTA. In eerste instantie introduceert Alfa Romeo snelle versies van de 156 maar later volgen ook andere modellen. Ook de opvolger van de 156, de 159 doet het uitstekend. Als bekroning op het goede werk van Alfa Romeo komt begin 2008 de 8C op de markt. Het model stond al diverse jaren als concept car op meerdere autoshows en het publiek en pers schreeuwde om een productiemodel. Uiteindelijk ging Alfa Romeo na lang wikken en wegen overstag en betekende de introductie van de 8C de terugkomst van achterwielaandrijving en de V8 bij Alfa Romeo.
© 2008 - 2009 Autorating, gepubliceerd in Auto (Auto en Vervoer) op 13-02-2008, laatst gewijzigd op 18-02-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Autorating is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Gerelateerde link

Autorating.nl.

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Autorating.nl - http://www.autorating.nl
  • Alfa Romeo Nederland

Reageer op het artikel "De historie van Alfa Romeo"


Door H. Spijker op 04-08-2008

Niet alleen Alfa had het moeilijk eigenlijk het hele Italiaanse auto industrie stond op springen. Kijk maar naar Lancia, Ferrari en Maserati. Ik denk dat ze nu met het nieuwe milenium alles goed op een rij hebben gezet. De uitwerking begint nu langzaam
vruchten af te werken.